JA!


Ik wil een abonnement

op de Eerdse Krant

Eerdse KRANT

Het nieuwsblad voor Eerde

Heeft u nieuws, een leuk verhaal of een onderwerp? Tip de redactie via: redactie@eerdsekrant.nl of 06 - 52280047 


Hier vindt u een aantal (opvallende) artikelen die in 2014 in de Eerdse Krant hebben gestaan.


EERDSE KRANT - 9 januari 2014


Prijsvraag: Wie wordt de nieuwe Prins Carnaval 2014?


Morgenavond wordt in de feesttent op het Sint Antoniusplein de nieuwe Prins Carnaval bekend gemaakt tijdens de Prinsenzitting van CV De Oivers. Dat betekent ook dat aan de regeerperiode van Prins Jack d’n Urste een einde is gekomen. Tijd om, ditmaal op de begane grond, een blik terug te werpen.


We zitten niet op de plek waar Jack een jaar geleden werd onthuld. Dat was van tevoren al bekend, want het gemeenschapshuis zou in die tussentijd worden verbouwd en het podium waarop Jack werd onthuld zou er dan niet meer zijn. Maar het nieuwe podium, waarop dit interview eigenlijk gepland was, is helaas nog niet klaar en dus zitten we in de foyer. Op de begane grond. “Maar dit heeft ook wel iets”, geeft Jack aan. “Direct na de onthulling zijn we met z’n allen hiernaartoe gegaan en is het feest losgebarsten.”


Jack over zijn regeerperiode: “Ik zat voordat ik gevraagd werd zeven jaar in de Raad van Elf en ik dacht het allemaal wel te weten. Ik dacht dat het een riedeltje zou zijn, maar het is totaal anders. Het is heel uniek. Het heeft me ontzettend veel energie gegeven. Toen ik in de Raad zat dacht ik soms op een dinsdagavond, de laatste dag van carnaval, nu is het wel mooi geweest. Maar nu, ik kon nog makkelijk drie dagen door. Sommige vroegen aan me ‘ben je niet kapot?’. Maar niets. Dat verbaasde me ook.”


“Ik ben heel slecht van naar huis gaan. Ik heb regelmatig de Raad overleeft”, zegt hij een beetje cynisch. Dat heeft een geschiedenis. “Er waren altijd twee mensen in de Raad die nooit naar huis gingen, Richard Habraken en ik. Meteen na de onthulling was de eerste opmerking van Richard: ‘Dit jaar ga je heel het carnaval niet van mij winnen’. Er was een avond dat Richard tegen me zei: ‘Jongen, kijk eens rond, waar is de Raad van Elf?’ Ik zei, waar zijn die dan, zijn ze allemaal al naar huis? ‘Nee, ik ben er nog’, antwoordde Richard, ‘maar wordt het niet tijd dat jij naar huis toe gaat?’ Haha. Ik kende geen tijd. Er was geen moment dat ik dacht, over een uur moeten we dit of dat doen.”


Tijd voor een pilsje! Die blijft vanzelf op de juiste temperatuur, want de verwarming doet het niet wegens de werkzaamheden en daardoor voelt het wel een beetje alsof we op het oude podium zitten. Een klein straalkacheltje, speciaal voor dit interview ingehuurd, zorgt er in elk geval voor dat de voetjes warm blijven. 


Jack vervolgt. “Ik heb veel steun gehad van Vorst Robbert van Looij. Ik kan me herinneren toen wij de eerste keer omhoog het podium op moesten, op de zaterdagavond bij de Prinsenpresentatie Ik wist niet dat er een bepaalde volgorde is bij het omhoog gaan, hoewel ik jarenlang mee in die rij stond tijdens recepties en zittingen. De prins gaat als laatste. Robbert zette me op die plek. Een ander voorbeeld: de vorst moet altijd links van de prins staan. Had ik nog nooit van gehoord! En voor de carnaval maakten bijvoorbeeld Robbert en Hofdame Wendy een programmatje wat we wat op welke dag gingen doen, zoals waar gaan we eten en zo. Het zijn details waar je niet bij stil staat en waar we heel veel aan gehad hebben.”


Het hoogtepunt? “De receptie! Maar eigenlijk is alles een hoogtepunt. Je maakt alles een keer mee. Je kunt later niet zeggen: zou ik het anders gedaan hebben? Nee, het is geweest, alles komt een keer. Op dat moment besef je nog niet dat het allemaal eenmalig is. De volgende ochtend hebben we vaak gedacht: wat een mooie middag of avond hebben we gehad. Ik zeg wel eens gekscherend dat je trouwen nog een keer over kunt doen, desnoods met iemand anders, maar prins zijn niet!”


Jack is in het dagelijks leven al vier jaar voorzitter van voetbalclub Avanti’31. Hij had aangegeven dat hij graag op de zaterdagmiddag even wilde langsgaan bij zijn cluppie. “De zaterdag is al behoorlijk druk, met de sleuteloverdracht en de carnavalsmis, maar leuk dat we met z’n allen naar Schijndel zijn geweest en ze de d’Eerdse manier van carnaval vieren hebben ervaren.”


Een moment heeft Jack ook nog helder voor de geest. Traditioneel worden de Veghelse carnavalsverenigingen met hun prinsen een paar weken voor de carnaval uitgenodigd bij de Sligro om wat vaten bier ‘op te halen’. Maar deze keer zonder de Eerdse prins met zijn gevolg. “Astrid en ik zaten een aantal weken voor carnaval op een zaterdagmiddag lekker een broodje te eten in Schijndel, belt Jan de Wilt op dat we eigenlijk die morgen in Veghel hadden moeten zijn. Een vloek klonk door de drukke eetgelegenheid. Hadden ze de datum verzet. Een gemiste kans, jammer natuurlijk, maar ik was er na een paar uur al overheen. Op carnavalszondag heeft het bestuur, samen met de Raad van Elf en de hofkapel het helemaal goedgemaakt. Van een minpuntje tot achteraf een dikke plus.”


De onthulling. Die werpt zoals elk jaar zijn schaduw al ver vooruit. De Prinsenvraagcommissie is al vanaf eind november in touw met een item dat we waarschijnlijk tijdens de onthulling te zien zullen krijgen. Gewapend met een camera en een geluidsman wordt aan Eerdenaren de vraag gesteld: waar moet de nieuwe prins aan voldoen? Die vraag kreeg ook Jack. Lachend: “Ik heb gezegd dat hij niet op mij moet lijken.”


Dan is het tijd om vooruit te kijken, naar die spannende dag van morgen. De Eerdse Krant schrijft zoals ieder jaar een prijsvraag uit: weet jij wie de nieuwe Prins van Oiversland wordt? Die vraag is natuurlijk ook aan Prins Jack d’n Urste gesteld. Hij noemt Mark van de Meerakker. “Mark, die ook in de Prinsenvraagcommissie zit, vroeg pas ofdat hij de steek even mocht lenen. Ik meteen: oh, die zal de nieuwe prins natuurlijk even moeten passen. Een paar dagen later bracht hij die terug en Adjudant Eric van Houtum zei daarop: ‘Laat mij die steek eens even ruiken. Ik ken alle mannengeuren van d’Eerd, dan weten we meteen wie de nieuwe prins wordt!’ Nee, alle gekheid op een stokje, hij heeft het voor de laatste keer ‘zelf in de hand’ omdat hij stopt, hij is er geknipt voor.


Denk jij het ook te weten wie de nieuwe Prins Carnaval wordt? Inzendingen moeten als de bliksem, voor morgenavond (vrijdag) 20:11 uur, binnen zijn bij de redactie op het emailadres: redactie@eerdsekrant.nl. Doe dit o.v.v. je naam en telefoonnummer. De minimumleeftijd is 18 jaar. Voor diegene met het juiste antwoord staat tijdens de carnavalsdagen een hele meter bier klaar!  Mochten er meerdere goede antwoorden binnenkomen, dan wordt er geloot. Volgende week wordt in de Eerdse Krant de (mogelijke) winna(a)r(es) bekend gemaakt.




EERDSE KRANT - 23 januari 2014


Cabrioweer


Afgelopen donderdagmorgen. Een opvallend voertuig rijdt door de Haakakker.


De kap is open. Want hoewel we in januari zitten is het, echt waar, ideaal cabrioweer! Carice Kuijpers, drie jaar oud, zit aan het stuur en haar broertje Lucas van twee trots ernaast. Maar opa en oma zijn niet ver. Rene Peters heeft de afstandsbediening in handen en kijkt toe hoe zijn kleinkinderen genieten van het rijden in het ‘speelgoedautootje’. “Het sturen kunnen ze zelf, maar het gas geven en remmen kan alleen met de afstandsbediening, zodat het wel veilig is. Het autootje rijdt op een accu die zo’n drie kwartier meekan, dan moet hij echt weer aan de oplader”, zegt Rene. “Op en neer naar de bakker gaat net.”


Het is verbluffend hoe goed de auto lijkt op een echte mini. Een hoop toeters en bellen zitten er op. Lichtmetalen velgen, brede banden, dubbele uitlaat, mistlampen voor, speciale striping, veel chroom en in de koplampen zijn knipperende lichtjes te zien in verschillende kleuren. Car parking sensor system schijnt een optie te zijn. Wauw!


En de auto zit ook vol snufjes waar ‘007’ jaloers op zou zijn. Zo gebeurt het ‘starten’ met een druk op een knop waarna het geluid te horen is van een startende V8! Uiteraard zit er ook een ‘radio’ in, zodat ze lekker met hun favoriete muziek, de nieuwste hit van Kabouter Plop natuurlijk, en met de linkerarm losjes op het portier de blits kunnen maken in de buurt.


De mini, met een top van zes km/u, trekt veel bekijks. Tiny de Goey, zelf ook eigenaar van een ‘snel en opvallend’ vervoersmiddel, zie je watertandend langskomen en valt bijna van z’n fiets van enthousiasme en verbazing.




EERDSE KRANT - 23 januari 2014


Heersers in het jubileumjaar CV De Oivers Eerde: Prins Theo d’n Twidde, Prinses José, Adjudant Jelt, Vorst Jack, Hofdames Ellen en Astrid, Jeugdprins Jens, Jeugdprinses Anouk, Adjudant Sil en Hofdame Inge


Vrijdagavond zijn in de sfeervolle feesttent op het Sint Antoniusplein de nieuwe heersers van Oiversland onthuld: Prins Theo van Heeswijk, Prinses José, Adjudant Jelt van Veenendaal, Vorst Jack Brus en Hofdames Ellen en Astrid!


In het 44e jaar van de carnavalsvereniging zwaait Theo d’n Twidde, met zijn spreuk: Wij halen alles van stal voor 44 jaar carnaval!, de scepter over de Oivers. Zondagmiddag was het de beurt aan de jeugd. De nieuwe heersers zijn: Jeugdprins Jens van Heeswijk, Jeugdprinses Anouk van Asseldonk, Adjudant Sil Raaijmakers en Hofdame Inge Fassbender! Na de playbackshow kwam het viertal achter een doek tevoorschijn. Hun spreuk luidt: Me carnaval goan wij vurop, als gullie volgt, is dè top!


Elk nadeel heeft zijn voordeel. Deze overbekende uitspraak geldt zeker ook voor het afgelopen zittingsweekend. Carnavalsvereniging De Oivers kan terugkijken op een meer dan geslaagde zittingen, zowel op de vrijdag- als zaterdagavond voor de volwassenen, maar zeker ook op de zondagmiddag voor de jeugd in de feesttent die als alternatief diende door de verbouwing van De Brink. Een kort oponthoud op de zaterdagavond, door het uitvallen van de stroom, werd vakkundig en razendsnel ‘in eigen beheer’ opgelost, kon de stemming niet laten afzwakken. Integendeel zelfs! Mede door prachtige optredens die de aanwezige Oivers en Oiverinnen kregen voorgeschoteld op de beide avonden, deed het jubileumjaar alle eer aan. Ook voor de kleine Oivers was het genieten en ze deden weer in groten getale mee aan de playbackshow. Een bomvolle feesttent was het gevolg, mede ook door de vele vaders en moeders en opa’s en oma’s en andere belangstellenden. Normaliter vindt de jeugdzitting op de zaterdagavond plaats, maar een noodgedwongen verhuizing naar de zondagmiddag viel bij velen in de smaak.


De recepties voor de Prins Theo d’n Twidde en gevolg en de jeugd vinden komend weekeinde al plaats. Op zaterdag is iedereen vanaf 13:30 uur welkom om de nieuwe jeugdheersers te feliciteren, op zondag begint de receptie van Prins Theo d’n Twidde om 11:11 uur. Beiden recepties vinden plaats in de feesttent op het Sint Antoniusplein.


Dan de Prijsvraag. Vorige week schreef de Eerdse Krant een prijsvraag uit om de nieuwe Prins van Oiversland te raden. Oud-Prins Jack d’n Urste deed een poging voor de meter bier, maar hij raadde niet goed. Ook bij de overige inzendingen zat niemand die het juist had, dus de glazen van die meter blijven leeg en moeten minimaal een jaar wachten om gevuld te worden. ‘Alle inzenders bedankt en tot de volgende prijsvraag! '


Restwaarde? Geschat op een paar dubbeltjes. Dat leveren de drie Voice-stoelen met bijbehorende drukknoppen waarschijnlijk wel op als ‘oud papier’. Deze stoelen waren te zien in het prachtige stukje dat de Raad van Elf opvoerde tijdens de zittingen van vrijdag en zaterdag. Uw nieuwsgierige journalist wilde hier zondagmiddag meer over weten.


Zoals: heeft de Raad die zelf gemaakt of hoe komt men aan die stoelen en waarvan zijn ze gemaakt? Het blijkt dat een Raad van Elf-lid deze bij Mars uit Veghel heeft meegekregen. Mars is namelijk een sponsor van het populaire tv-programma The Voice en zodoende stonden deze op het podium te pronken in het stukje van de Raad. Al vlug kregen een paar Raad van Elf-leden op die zondagmiddag in de gaten dat de opbrengst wel eens meer zou kunnen worden dan die paar dubbeltjes die het normaliter zou opleveren als ze in de papier-ophaalwagen zouden belanden. Figuurlijk lagen ze daar al in, zeer waarschijnlijk.


Kort overleg met mede-raadsleden, een leugentje om bestwil vertellen tegen de koper, zoals ‘er zijn meer belangstellenden’ en ‘je moet vlug zijn, want anders…’, en het spel is op de wagen.


Deze ‘verkoop’ was in eerste instantie alleen bij een zeer, zeer select groepje bekend, maar als even later de playbackwedstrijd wordt ‘stilgelegd’ voor de mededeling dat er op dé ‘je-weet-wel’ Voice-stoelen geboden kan worden, want er is veel vraag naar en we willen met de raad ergens met z’n allen uit gaan eten (het zogenaamde goede doel in eerste instantie), is er geen houden meer aan. De prijs stijgt harder dan de aandelenkoersen momenteel.


Om het halfuur geeft een woordvoerder van de Raad, hij krijgt daarvoor opvallend de ruimte van de presentator van dienst, de tussenstand door. Geloof het of niet, maar bij het sluiten van de voorlopige markt, zondag in de vooravond, is er zevenennegentig euro geboden. Per stoel, dames en heren!


De biedster is bekend, maar het zal niet lang duren of er worden loopjongens of -meisjes gestuurd die met een telefoon aan het oor, een bordje in de hand, de biedingen door gaan geven. Reden: de bieder wil graag anoniem blijven. Begrijpelijk.


De Raad van Elf wil tijdens de recepties, voor de jeugd aanstaande zaterdag en zondag bij Prins Theo d’n Twidde, één stoel op het podium plaatsen zodat iedereen een bod kan doen. Het goede doel is ondertussen de KinderVakantieWeek geworden, dus dat is marketingtechnisch een sterke zet van de ‘elf heren’.


Zondagmiddag om vijf uur is de sluiting en dan weten we wie een trio Voice-stoelen rijker is. Wordt vervolgd.




EERDSE KRANT - 20 februari 2014


Eerdsebaan is drie maanden dicht. De voormalige Scheiweg (Vlagheide) voor altijd?


Eerde in de ban van wegafsluitingen


Eerde lijkt op dit moment in de ban van wegafsluitingen te zijn: de een is voor drie maanden dicht, de ander ‘voor altijd’.


Vanaf afgelopen vrijdag tot maandagmorgen was de Eerdsebaan (N622) tussen de rotonde Eerde en de rotonde Corridor dicht en vanaf maandag tot eind mei tussen de rotonde en afrit 10 van de A50 komende vanaf Nijmegen. Daarmee is deze verkeersader voor maanden dicht. De Provincie Noord-Brabant is samen met aannemersbedrijf Heijmans de provinciale weg tussen Veghel en Eerde aan het aanpassen. Om de doorstroming te verbeteren wordt een extra rijstrook aangelegd en worden de kruisingen voorzien van nieuwe asfaltlagen. Het genoemde stuk weg is afgesloten om het verkeer dat vanaf de A50 de afrit neemt beter richting Veghel te kunnen laten doorstromen, aldus een woordvoerder van de aannemer. Alleen bussen en politie, brandweer en ambulances kunnen erdoor.


Zou het op de eerste werkdag dat de afsluiting van kracht is een chaos worden in en rondom Eerde? Nou, het viel reuze mee met de verkeersdrukte. Bij de rotonde was het opvallend rustig deze maandagmorgen. Vanaf zeven uur stond er een verkeersregelaar van Heijmans om alles in goede banen te leiden (foto). En dat ging goed. Wel opvallend dat veel automobilisten aan hem vroegen hoe nu te rijden. “Ze lezen de borden niet goed”, aldus de verkeersregelaar. “85% doet dat wel, de overige 15% zien we nu hier. Er staat vanaf Schijndel duidelijk aangegeven dat wie naar Veghel toe wil, de ‘omleidingsroute V’ moet volgen”. Hoe vaak hij dat moet zeggen is ontelbaar. Zelfs een werknemer van Rijkswaterstaat stopte bij de verkeersregelaar om te vragen hoe hij aan de overkant van de A50 geraakt. Die wees hem de weg, dit nadat de man toegaf ‘niet op te zitten letten’. Een komisch moment!


Doordat mensen iets moesten vragen, ontstond er af en toe een kleine file op en voor de rotonde. ‘Bekenden’ kunnen niet wachten en pakken een stukje fietspad en schieten zo binnendoor naar De Kuilen. Gelukkig ligt de schooljeugd dan nog op een oor. Maar daar wacht hen een nieuw ‘obstakel’. De Abenhoefweg en even verderop de Willibrordushoek zijn eenrichtingsverkeer gemaakt en ook nog alleen open voor bestemmingsverkeer tussen zeven en negen uur in de ochtend en vier en zes uur ’s avonds. Dit is dezelfde situatie zoals die normaal ook geldt. In eerste instantie zou het voor vierentwintig uur gelden, het alleen open zijn voor bestemmingsverkeer, maar door toedoen van de dorpsraad Eerde is het teruggedraaid tot hierboven genoemde tijden. Toch zien we geregeld auto’s, wel na een twijfeling, als een haas rechtdoor de Abenhoefweg in rijden, tegen het verkeer in dus. De politie heeft aangegeven regelmatig te gaan controleren, een gewaarschuwd mens telt voor twee. De fiets blijkt een goed alternatief te zijn. We zien vele Eerdenaren heel relaxed de rotonde oversteken, genietend van de ‘rust’.


Zouden de vele berichten in de media de (positieve) oorzaak zijn dat het met de drukte op deze maandagmorgen meevalt, al maakt één zwaluw nog geen zomer? Al weken zijn er berichten te lezen over de afsluiting, en ook op social media is het ‘trending’. In Eerde althans. Vrijdagavond is men dus begonnen met de werkzaamheden en dat was reden voor Danielle van Helvoort, in hun ‘achtertuin’ ligt namelijk de afslag van de A50, hierover meermaals te twitteren (zie ook rubriek Twitt(e)er(de)). En wie zien we maandagmorgen om iets voor half negen, fris en fruitig, brigadieren bij de rotonde? Juist, toeval of niet: ‘twitterkoningin’ Danielle.


Ze geeft aan ondanks de overlast goed te hebben geslapen het afgelopen weekend. Als ze even later op de gevoelige plaat wordt gezet, horen we haar zeggen tegen mede-brigadier Wendy van der Heijden dat het maar goed is dat ze make-up op heeft, want dat staat beter op de foto. En zeg nu eerlijk, het levert een mooi plaatje op van de ‘twitterkoningin’ samen met de ‘meubelkoningin’. Het moraal van dit verhaaltje: ga nooit brigadieren zonder make-up, want je kunt zomaar in de Eerdse Krant komen te staan...


Gelukkig was er ruimte voor dit soort gein, want het ging er ontspannen aan toe op dit stukje Eerdsebaan. Geen grote calamiteiten waren er te melden. Hoewel: ‘Twee procent van de weggebruikers gedraagt zich niet naar behoren’, zegt de verkeersregelaar van Heijmans als we hem erna vragen. En hij spreekt geen loze woorden, want dat percentage wordt ook gehaald. Niet veel later roept een boze meneer, in een stapvoets rijdende auto, door het geopende autoraam een aantal onvriendelijke woorden richting hem, om na veel armgebaar en een rood hoofd weg te scheuren. Hij is kennelijk met het verkeerde been uit bed gestapt... De verkeersregelaar haalt zijn schouders op en gaat zonder blikken of blozen door met zijn taak.


Al enkele jaren wordt gesproken over de afsluiting van een gedeelte van de Vlagheide, de weg die eerst Scheiweg heette en globaal begint bij de familie Gloudemans (Vlagheide 8a) tot aan De Kuilen. De weg ligt in het gebied Vlagheide en vormt de scheiding (grens) tussen de gemeente Veghel en de gemeente Schijndel.


Aan de Vlagheide ligt één van de drie MOB-complexen en over het gebruik van dit MOB-complex zijn al jarenlang klachten. Het MOB-complex wordt gebruikt als locatie waar drugshandel, vernielingen en brandstichting plaatsvinden. Bovendien worden er regelmatig partijen afval, waaronder bouw- en tuinafval en afval van drugsproductie gevonden. In overleg met de dorpsraad, de vereniging Vlagheide en de gemeenten Schijndel en Veghel is gekeken naar een oplossing. Gekozen is door beide gemeenten om dit stuk Vlagheide volledig aan beide zijden af te sluiten, waardoor minder vluchtwegen ontstaan en het MOB-complex daardoor minder interessant als drugslocatie wordt en ook nauwelijks meer gebruikt kan worden als afvalstortplaats. Een verkeersbesluit wordt hiervoor genomen. Door deze gehele afsluiting ontstaat er een rustiger en veiliger wandelgebied, wordt een veiligere situatie gecreëerd voor ruiters die gebruik maken van het naast de weg gelegen ruiterpad. Na een half jaar zal een evaluatie plaatsvinden met onder andere de dorpsraad Eerde, de vereniging Vlagheide en de eigenaren/gebruikers van omliggende agrarische gronden.


“Goed om te horen dat er maatregelen worden genomen om het gebied gedeeltelijk af te sluiten”, zegt voorzitter Ad Bekkers van dorpsraad Eerde. “Er moet iets gebeuren. We hebben overleg aangevraagd met de gemeentes over het plan en de uitwerking.”


Mario Hollander zet vraagtekens bij de afsluiting. De agrariër voorziet problemen als de weg, die veelvuldig door landbouwvoertuigen wordt gebruikt, helemaal wordt afgesloten, zo laat hij weten. “Ik heb al van meerder agrariërs gehoord dat ze er op tegen zijn dat dit gaat gebeuren. De optie om een heel eind om te rijden, dus om de vuilstort heen, of over de Eerdsebaan (‘met een hoop boze automobilisten achter je aan’) zijn geen opties. Ik ben voor betere handhaving en een hekwerk om overlast van de jeugd in te dammen”. Ook geeft hij aan dat er geen overleg is geweest over dit besluit. “Ik denk dat nog meer boeren gaan ‘steigeren’.” Hoe de afsluiting eruit komt te zien, is niet helemaal duidelijk. De optie om er tractorsluizen neer te leggen misschien? Mario, aarzelend en ietwat verbaasd, knikt instemmend.


Ook Vereniging Vlagheide is positief over het besluit, zo staat te lezen in het persbericht dat de gemeente vorige week uit liet gaan. Toch? “De overlast wordt steeds erger, dus wij vinden dat er iets moet gebeuren, maar we hadden iets anders in gedachten dan wat nu is voorgesteld”, zegt voorzitter Jelt Veenendaal desgevraagd. “Er zijn te veel vluchtroutes en voor de politie is het onmogelijk om te handhaven. Ons voorstel is, na overleg met betrokkenen, om de asfalt weg te frasen en een strook van zo’n anderhalve meter over te houden. Een zandweg met een fietspad dus, net als in de Bergweg. We hebben dit aan de gemeentes voorgelegd en wat schets mijn verbazing als ik lees dat de weg in zijn geheel nu wordt afgesloten. Wij gaan om opheldering vragen bij de gemeentes. Ook hebben wij voorgesteld dat de verschillende wegen allemaal een eigen naam moeten krijgen. Nu heten een aantal wegen Vlagheide, ook de Scheiweg heeft die naam nu. Dit is niet praktisch en heel verwarrend.”




EERDSE KRANT - 20 maart 2014


Trots, trots en trots!


Na een verbouwing van zo’n tien maanden was afgelopen weekend de opening van gemeenschapshuis De Brink. Op vrijdag vond de officiële opening plaats, op zaterdag een groot feest met Eerdse artiesten en op zondag was de open dag. Iedereen was supertrots!


Op vrijdagavond, kort voor de officiële openingshandeling, spraken voorzitter van het stichtingsbestuur Ad van de Meerakker, dorpsraadvoorzitter Ad Bekkers en wethouder Riny van Rinsum een woordje. In hun toespraken viel één woord op: trots. Alle drie benadrukten trots te zijn op het eindresultaat.


Ad van de Meerakker zei namens het bestuur dat ze vinden dat ze een mooi gebouw hebben gekregen. “Niet alleen van buiten”, zo sprak hij, “maar voor ons belangrijk ook van binnen. Er hebben zelfs al twee gebruikers zich gemeld voor de spiegelzaal.” De nieuwe Brink is een ontmoetingsplek voor alle mensen, zo liet de voorzitter weten, en hij bedankte alle vrijwilligers en feliciteerde Eerde met de nieuwe Brink, want ‘we kunnen er trots op zijn’.


‘Ook trots, héél trots’, begon voorzitter Ad Bekkers van dorpsraad Eerde zijn woordje. Hij stipte aan dat het lang heeft geduurd, maar dat het bestuur heeft volgehouden. “Het bouwteam heeft een prachtprestatie geleverd en investeren in sport en beweging betaald zich terug. Het is een geweldige locatie voor vele activiteiten en je kunt het niet bedenken of het kan hier. Het is multifunctioneel en er zijn veel uitdagingen voor de komende jaren”, sprak hij lovend.


Wethouder Riny van Rinsum had de eer om De Brink officieel te openen. In zijn woordje vroeg hij om applaus voor de vrijwilligers. “Door gedeeltelijk zelfwerkzaamheid heeft Eerde een prachtig gemeenschapshuis gekregen waar het trots op kan zijn, want het oude gebouw voldeed niet meer aan de eisen van deze tijd.” Ook haalde hij het ‘wereldberoemde’ pekveldje nog even aan: “Het gaat weg, werd er gezegd. Maar zie, er is voldoende ruimte over voor allerlei activiteiten.”


Met een druk op een knop door de wethouder en een sprong van het stichtingsbestuur door een papieren wand die tussen de foyer en de grote zaal was gespannen, was de officiële opening een feit. De fanfare De Echo der Bergen zorgde voor een welkomstmuziek. Ook voor de genodigden konden het moment om een kijkje te nemen in de nieuwbouw. Er waren alleen maar positieve reacties te horen en dat ging het hele weekend door.


Op zaterdag vond er een drukbezochte feestavond plaats met muziek van artiesten van eigen bodem. Ook de open dag op zondag trok veel mensen die een kijkje kwamen nemen in het verbouwde gemeenschapshuis. En vorige week woensdag had de Eerdse schooljeugd de primeur. Zij hadden namelijk de eer om als eerste gebruik te mogen maken van De Brink door een vijftal voorstellingen op het grote podium te geven, dit na eerst een kennismakingsworkshop onder begeleiding van een dans- of theaterdocent van MIK Pieter Brueghel.




EERDSE KRANT - 20 maart 2014


Het gezamenlijk collecteren voor goede doelen nu ook in Eerde


Sommige hadden al drie dagen de koffiepot klaar staan en waren blij me te zien’


“Ik dacht er nooit vanaf te komen”, zegt de 84-jarige Annie Smits, de ‘Eerdse koningin van de collecte’, met een glimlach. Al ruim vijftig jaar collecteert Annie in Eerde en ze vindt het heel fijn dat het collecteren wordt overgenomen door de werkgroep GoedeDoelenWeek.


Op andere plaatsen gebeurt het al, het gezamenlijk collecteren. Niet zes keer langs de deuren, maar alle goede doelen gebundeld zodat je maar eenmaal de ronde hoeft te maken. Het is ook deels uit nood geboren, want het is steeds moelijker om collectanten te vinden.


Maar gelukkig heeft de werkgroep, bestaande uit Jet Keetels, Jeanne Coppens, Doortje de Wilt, Nellie ketelaars, Ans Toonen en Mien van Berkel, hier geen last van, want ze hebben genoeg collectanten gevonden om komende week eerst de informatiebrieven te bezorgen en de collectes op 8 of 9 april op te halen. In het kader hiernaast staat in een overzicht wie in welke straat/wijk de collectes komt ophalen.


 

Annie (l) zegt dat ze de laatste dagen vaak denkt hoe het de nieuwe werkgroep zal vergaan. “Ik heb nog alles bewaard, voor het geval dat”, geeft ze lachend aan. “Je leeft toch mee hè, maar de overdracht is buitengewoon goed gegaan. En mochten ze vragen hebben, ze kunnen altijd bij me terecht.”


Annie vertelt dat ze alle uithoeken van d’Eerd heeft gehad, weer of geen weer. “Vroeger was ik een hele week aan het collecteren. Ik kan me nog herinneren dat ik een keer zondags in de kerk in slaap ben gevallen, zo vermoeid was ik.”  Ze zal het contact met de mensen het meeste gaan missen. “Sommige hadden al drie dagen de koffiepot klaar staan en waren blij me te zien.”


Heeft ze nog tips voor de werkgroep? “Jazeker! Twee keer terugkomen is voldoende zeg ik altijd, een derde keer als je toevallig langskomt. Verder altijd vriendelijk blijven, ook als mensen niets willen geven en het beste weer om te collecteren is bij slecht weer, want dan zitten de mensen binnen en horen ze de deurbel goed.”




EERDSE KRANT - 27 maart 2014


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide, waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.


Hij nam deze week afscheid van de politiek. Na ruim vijfendertig jaar zal het even wennen zijn in het gemeentehuis van Veghel: een raadsvergadering zónder Frans Zegers (60)!


Het is begin jaren zeventig als Frans voor de eerste keer in aanraking komt met de politiek. “Gemeenschapshuis De Brink was net geopend. Ik was toen al een actief baasje op de havo en de pabo en had een grote mond dat er iets voor de jeugd moest gebeuren hier in Eerde. Ik was meteen de klos, want er werd tegen me gezegd dat ik het dan maar moest regelen. Janus Gloudemans kwam toentertijd regelmatig bij ons thuis en vroeg me om een keer mee te gaan naar Helmond, naar een vergadering van KVP, een van de bloedgroepen van het latere CDA.


Ik had beloofd om een keer mee te gaan. Dus naar hotel West End, de locatie waar die vergadering plaatsvonden. De ruimte waarin die bijeenkomst was stond blauw van de rook, veel sigaretten en sigaren. Ik zat er maar wat bij, want het boeide me in eerste instantie niet echt. Toen kwam in contact met iemand van KPV Veghel en zij zochten jongeren om een jongerenafdeling op te zetten. In een mum van tijd zat ik in een werkgroep en zo is het begonnen.”


In 1978 doet het CDA voor de eerste keer mee aan de verkiezingen en staat de dan 25-jarige Eerdenaar ook op de kandidatenlijst. Hij valt echter net buiten de boot. “Dat was balen. Je bent enthousiast en dan lukt het niet. We hadden in die tijd elf zetels, ik stond op plek negen of daar ergens, maar door voorkeurstemmen viste ik achter het net en kwam ik net niet in de raad.”


Maar nog geen paar maanden later. “Een van onze wethouders werd benoemd tot burgemeester van Geffen en daardoor kwam er een plaatsje vrij in de fractie. Dat was een aangename verrassing natuurlijk. Ik had er zin in, ik wilde vol aan de bak. Op 11 januari ’79 ben ik geïnstalleerd door burgemeester Harrie van Weegen in het oude raadhuis. Die installatie ging vrij vlot, kan ik me nog goed herinneren: de eed afnemen en zo, het was voorbij voordat ik het in de gaten had”, lacht Frans.


Tijd voor nog een koffie. Die zorgt voor wat warmte, want de takken van de bomen houden de ‘terrasverwarming’ die zich af en toe wel laat zien, tegen. Ondertussen fietsen een drietal mountainbikers uit het Zijtaartse voorbij en... herkennen onze gast op het bankje!


In 1987 wordt Frans gevraagd als fractievoorzitter. “Voor die periode stond de CDA-fractie bekend om zijn verdeeldheid. Daar had ik wel moeite mee. Mijn belangrijkste motivatie was om dit te veranderen. Intern mag er, figuurlijk dan, zoveel geknokt worden als we kunnen, dat geeft de beste resultaten, maar naar buiten toe altijd met één stem.” Frans was niet de voorzitter die met de vuist op tafel sloeg. “Nee, dat is niet mijn stijl. De insteek was altijd om er samen uit te komen. Als ik dan in de krant las dat we stemvee waren, dan beschouwde ik dat als een compliment. De journalist had de pittige discussie in de fractie niet meegemaakt en zag alleen het resultaat.”


Wat is dan wel je manier van werken? “Ik vind het niets mooier als mensen in te fluisteren. Ik heb al veel mensen aan de haal zien gaan met mijn ideeën. Fantastisch, dat was precies m’n bedoeling. Ik voelde me dan niet gepasseerd, integendeel. Ik luister als het kan en treed op de voorgrond als dat gewenst is.”


Nooit de mogelijkheid gehad om hoger op de politieke ladder te klimmen? “Ja, in de tachtiger jaren, maar ik ben geen carrièreman. Ik heb bewust de keuze gemaakt om dicht bij de mensen te blijven en voor het gemeenteraadswerk, daar voelde ik me het prettigste bij.”


Frans heeft nog het computerloze tijdperk meegemaakt op het gemeentehuis. Typemachines en Tipp-Ex dus. “Iemand uit de Busstraat werkte bij IBM en die hadden van die elektrische typemachines. Daar was ik helemaal wild van. Hij regelde een tweedehandsje, daar was ik superblij mee.” Ging die dan mee op de fiets naar het raadhuis? “Nee jôh, dat ding was veel te zwaar.”


Was het altijd goed te combineren met je werk? “Ik heb vijfendertig jaar een dubbele baan gehad. Ik hoorde van collega’s op school wel eens dat ze op het einde van de dag vermoeid naar huis toe gingen, terwijl ik dan wist dat ik nog een halve werkdag te gaan had. Of eerst naar huis, vlug iets eten en naar het gemeentehuis of meteen van mijn werk door en daar iets eten. Vaak driemaal per week. De jus d’orange en de boterhammen stonden dan bij wijze van spreken al klaar voor me.”


Hoe is het met de betrokkenheid van mensen in de politiek? “Ik vind dat de interesse voor de politiek een stuk minder is geworden. Het is ongelofelijk jammer dat we als politici niet grotere groepen kiezers aantrekken. Er werd vorige week op de avond van de uitslag op het gemeentehuis geapplaudisseerd voor een opkomst van 52%. Dat is eigenlijk geen applaus waard, maar de betrokkenheid van mensen vergroten, ook al doe je je best, is lastig.”


Afgelopen woensdag was je bij die uitslag van de verkiezingen, maar nu niet als kandidaat. Hoe voelde dat? “Negen keer op rij heb ik het cadeau, zo noem ik het als je gekozen wordt, gekregen en krijg je vier jaar de tijd om te laten zien dat je dat ook verdiend hebt. Als je ziet dat ik vier jaar geleden nog meer dan vijfhonderd stemmen kreeg op een onverkiesbare plaats, dan zou je kunnen zeggen dat ik op het hoogtepunt gestopt ben”, grapt Frans. Dan weer serieus: “Ik ben niet uitgekeken op dit werk, heb ook doorgekregen van een deel van mijn achterban dat ze niet tevreden waren dat ik niet op de lijst stond, maar ik respecteer de beslissing van de partij: niet meer dan twaalf jaar in de raad. Daar heb ik begrip voor.”


Val je nu in een zwart gat? “Haha, die vraag heb ik al vaker gehoord de laatste tijd! Ik denk van niet. Ik ga eerst een half jaartje rustig rondkijken en genieten van de extra vrije tijd. Ik volg daarmee het advies op van een aantal ‘deskundigen’ waar ik met gesproken heb de afgelopen jaren. Ik ben wel benieuwd hoe dat bevalt.”


Maar Frans kennende zal hij altijd wel iets om handen hebben, al is het dan niet meer in de politiek. Daarom is de slogan die zijn partij nu gebruikt, ‘Wij houden contact’, zeker op hem van toepassing.




EERDSE KRANT - 10 april 2014


KVO-bestuur zet laatste puntjes op de i


Voorbereidingen op jubileumfeest


Ze vergaderen eens per maand, het bestuur van KVO Eerde, maar de laatste tijd is dat twee- tot driemaal het geval. Marianne van Son, Gerdi Ketelaars, Elize Krol, Ans Toonen, Rina van de Elzen en Anja Burg zijn druk bezig om de laatste puntjes op de i te zetten, want KVO Eerde bestaat dit jaar 75 jaar!


Dit jubileum wordt op vrijdag 25 april gevierd voor de eigen leden met de voorstelling Met de Tijd Mee, uitgevoerd door De Hemelse Zeven en geschreven door Hilde van Gompel. Op zondag 27 en maandag 28 april worden er twee extra voorstellingen gegeven in gemeenschapshuis De Brink waarbij iedereen welkom is. Een aantal bestuursleden zijn al bij de repetitie aanwezig geweest en zijn super enthousiast.


De titel van de voorstelling is goed gekozen: de vereniging heeft nu andere doelen dan in de beginjaren en gaat duidelijk met de tijd mee, namelijk het ontmoeten van andere vrouwen en samen leuke dingen doen, zoals excursies, workshops, theaterbezoek, lezingen en dagjes wandelen of fietsen.


Maar het jubileum is meteen ook een afsluiting. Want dit jaar moeten alle KVO‘s een keuze maken. Fuseren met een andere vrouwenorganisatie Vrouwen van Nu, dus stoppen met de afdeling, of zelfstandig verder gaan. Vele afdelingen kozen voor het eerste, deels uit noodzaak, maar de dames geven aan dat Eerde actieve en enthousiaste leden heeft en de keuze is gemaakt om zelfstandig door te gaan. Dit, samen met het gegeven dat steeds meer jongere vrouwen lid worden, stralen ze met z’n zessen ook uit. Ze zijn actief (‘tijdens de open dag van ons nieuwe gemeenschapshuis hebben zich nog twee leden aangemeld’), zitten vol met ideeën en willen daarmee verder gaan op de ingeslagen weg. Dat wil niet zeggen dat ze geen contact meer hebben met andere afdelingen die ook zelfstandig worden, integendeel zelfs. Daar waar mogelijk is staat men open voor samenwerking of uitwisselingen.


Hoogtepunt van een van hun activiteiten is de Wandeltweedaagse. Heel d’Eerd trekt dan zijn wandelschoenen aan voor een leuke en vooral gezellige tocht rondom ons dorp.


Maar ze hebben het hele jaar rond tal van activiteiten voor de eigen leden. Zo zijn ze recentelijk nog naar Den Bosch geweest. Nee, niet om te winkelen, maar om een kijkje te nemen in de rechtbank. Ze liggen nog dubbel van het lachen als ze vertellen dat ze zo naar binnen mochten. ‘Detectiepoortjes? Niet voor ons! Wij KVO-vrouwen zien er zo betrouwbaar uit, die halen toch niets uit, moeten ze gedacht hebben!’


Maar die denkwijze is inmiddels (gelukkig) achterhaald: de (Eerdse) vrouwen van tegenwoordig staan hun mannetje en zijn ook met de tijd meegegaan. Dat maakt een uurtje aanwezig zijn bij hun vergadering wel duidelijk…


Het bestuur tot slot: ‘Wij nodigen iedereen, dus ook ‘de manneeunnn’ uit Eerde en verre omtrek uit om naar de voorstellingen te komen kijken. In het stuk wordt teruggeblikt in de tijd, maar ook het heden blijft niet ongemoeid. De muziek door de jaren heen speelt een centrale rol. De kaartverkoop loopt goed, dus wees er snel bij. Kaarten kunnen besteld worden via eerde@kvo.nu of telefonisch op 0413- 367101 (tussen 18:00 en 19:00 uur).’




EERDSE KRANT - 17 april 2014


ExpeditieDEERD: groots actiespel!


De laatste activiteit ter gelegenheid van de opening van gemeenschapshuis De Brink was ExpeditieDEERD, een actiespel speciaal voor de jeugd van 12 t/m 16 jaar. Zaterdagavond werd op verschillende locaties in Eerde fanatiek gestreden om de titel Robinson van d’Eerd.


Ruim veertig jongeren gingen de uitdaging aan en streden voor de titel Robinson van d’Eerd. Rond de klok van vijf uur ‘s middags werden ze verwacht in De Brink. De ‘voortuin’ van het gemeenschapshuis was helemaal in Robinson-stijl aangekleed. Een grote loader en kraan, containers, touwnetten en andere attributen stonden klaar, klaar voor het finalespel later op de avond.


Maar eerst werd in De Brink een soort proef van bekwaamheid afgelegd met puzzelen, touwzwieren, ‘bier’pongen, klimmen en basketballen, dit nadat de presentator Erik van de Ven de deelnemers uitleg had gegeven over de opzet van de avond en de ‘strenge’ jury had voorgesteld. Daar werd ook meteen de toon gezet door de leiding. ‘Het is een hard spel, iedereen moet goed luisteren want alles wordt maar een keer uitgelegd, dus het is opletten geblazen.’


Bij het openingsspel kregen de deelnemers een polsbandje en een muntzakje waarin de gewonnen munten in bewaard konden worden. Op het einde van de avond moesten deze beiden worden ingeleverd en diegene met de meeste munten was de winnaar.


Daarna verplaatsten de Robinsons zich naar ‘veld B’ voor een tweetal spellen: springband en het verdraaid lastige wandelende a-spel. Een iemand staat in een aluminiumconstructie (in de vorm van een a) en vier andere moeten met behulp van touwen de ‘a’ naar de overkant zien te brengen. Samenwerken is hier van groot belang, en ondanks hilarische momenten lukt het alle teams om de opdracht te volbrengen.


Ook de kerk is het decor van een spel. Vanuit de toren moet geraden worden welke letters er door sommige groepsleden op de grond gemaakt worden. Die letters vormen dan samen weer een woord. Dan is er ook nog het lepsfiuhcs-spel, een schuifspel dat is spiegelbeeld gespeeld wordt. Van al die spellen krijg je flink honger, een soepje en een broodje hamburger zorgt ervoor dat de brandstoftank niet leeg raakt voor de laatste spellen.


Vuurpotten brengen sfeer op het verlichtte Antoniusplein voor de grande finale! Eerst moest er een parcours worden afgelegd in touwnetten en -lussen, om daarna onder toeziend oog van het opgekomen publiek zo snel mogelijk een touw te laten doorbranden (foto).


Dan is het voor de jury en organisatie tellen geblazen en even voor middernacht is er witte rook. Voorzitter Ad van de Meerakker van het stichtingsbestuur heeft één naam op de achterkant van een viltje staan: de Robinson van d’Eerd is geworden… Niels Guns! Moe en met vast en zeker de volgende dag de nodige spierpijn, hebben de jongeren een leuk opgezet actiespel voorgeschoteld gekregen. Meer dan veertig vrijwilligers hebben meegeholpen om de avond te doen slagen, en deze werden dan ook nadrukkelijk bedankt door Patrick Ketelaars namens het organisatieteam.




EERDSE KRANT - 17 april 2014


Rage


Het is dé rage op dit moment: de step! Na schooltijd en vooral op de woensdagmiddag ziet ‘het er zwart van’ op het veldje achter de Busstraat.


Ze vliegen over het skatebaantje, of beter: het stepbaantje, want er is geen skatebord in de verste verte te zien. ‘Skaten is zó 2013’, hoor je de jeugd denken. Als je de stepjes op een rijtje zet, zie je naast de verschillende kleuren niet echt veel verschil.


Maar de steppers (het zijn allemaal jongens, zijn er geen meiden die steppen?) zien dat anders. Een goede step moet goede griptape hebben, het bord waarop de voet(en) staat, er mag geen speling op het stuur en in de wielen zitten, goede handvaten zijn nodig voor maximale grip en de bandenkeuze is bijna net zo belangrijk als in de Formule 1. O ja, er zit ook nog een rem op het stepje. Maar: hij zit er wel op, maar is eigenlijk niet nodig, zeggen ze in koor.


Ze zeggen meteen ook dat het baantje wel wat uitgebreider mag zijn. Er staat nu een quarterpipe, als daar nu eens een halfpipe van gemaakt kan worden zouden ze dat heel cool vinden. Wie weet, maar ondertussen is het plezier er niet minder om.


‘Lang genoeg gepraat, doei’, en weg zijn ze. Ze nemen een aanloopje en staan in een zucht weer bovenop de hoge quarterpipe. Even wachten op elkaar en dan zoef-zoef, achter elkaar aan met een noodgang op weg naar de funbox! ‘Fotograaf, aan de kant!’




EERDSE KRANT - 8 mei 2014


Eerde weer een molenaar rijker


Het zweet staat op z’n voorhoofd als Vincent Lelieveld aanschuift voor dit interview in de ontmoetingsruimte onder de molen. Niet van angst, maar door het opzeilen zo-even daarvoor, het openrollen van de zeilen.


Er staat niet veel wind, dus het inzetten van extra hulpmiddelen én spierkracht is nodig, zegt de kersverse molenaar. Op 8 april jl. is de 21-jarige Eerdenaar geslaagd en mag hij zich een van de jongste molenaars van Nederland noemen. Doordat hij een paar jaar geleden besmet is geraakt met het virus, is hij begonnen aan de opleiding. Op twee verschillende molens, in Uden en in Hapert, heeft hij zijn ‘uren’ gemaakt. Honderdvijftig praktijkuren heb je minimaal nodig om te kunnen slagen, Vincent heeft naar eigen zeggen sinds 2012 er wel zo’n zeshonderdenvijftig (!) gemaakt. Ruim voldoende dus en ook de theoretische aspect had hij prima onder de knie. “De instructeur zei dat ze heel erg te spreken waren over me, hij zei dat ik veel wist”, lacht hij.


Vincent ziet er op het eerste gezicht als je hem zo ziet rondlopen in en om de molen, niet echt uit als een molenaarstype, zo een met een getekend bruin gezicht met een pet op, een overal of een stofjas aan. Integendeel: hij lijkt eerder op een student die via wiskundige formules de snelheid van de wieken aan het berekenen is voor zijn afstudeerproject. Maar schijn bedriegt. Vol passie en vol energie vertelt hij over de oude ambacht en houdt hij het ‘culturele immateriële erfgoed’ in stand. Als vrijwilliger, want het is geen vetpot geeft hij aan.


Met trots draagt hij dan ook het speldje van het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Hangt het diploma al ingelijst aan de muur? “Uuh, nee, op het diploma zelf is het nog even wachten. Eenmaal per jaar, in maart, worden die uitgereikt in Amsterdam, dus ik moet nog een eventjes geduld hebben.”




EERDSE KRANT - 15 mei 2014


Ooh, schattig: varkentjes in de buitenlucht


Waar zie je ze nog? En al helemaal niet meer in de buitenlucht. Varkens!


Willem Rienks is zo’n drie jaar geleden met zijn bedrijfje (Buitengewone Varkens) begonnen om varkens te houden in de buitenlucht. Niks opgesloten in ‘te krappe hokken’, maar gewoon lekker op een ruime akker waar ze lekker kunnen knorren, wroeten en luieren. Door aandringen van zijn Eerdse studievriend Stan Gloudemans lopen er nu op de Vlagheide zevenentwintig Bonte Bentheimers rond op de gronden van de familie Gloudemans.


Het is begonnen in zijn woonplaats Twente, vertelt de Fries Rienks, en het is nu overgeslagen naar de rest van Nederland. Eerde heeft de Brabantse primeur en vrijdagmiddag was het moment daar. De varkentjes, zo’n zeven weken oud, moeten eerst nog even wachten alvorens ze de wei in mochten. De omheining, bestaande uit een tweetal stroomdraden die worden vastgemaakt aan paaltjes, moet ervoor zorgen dat ze in het gebied blijven. Ook een pittige regenbui zorgt ervoor dat ze ietsjes langer in de aanhanger moeten blijven. Maar die aanblik alleen al ziet er bijzonder schattig uit. Dan weer kruipen ze met z’n allen bij elkaar om daarna weer met wat ruzie, zo lijkt het, eventjes genoeg van elkaar te hebben. Want geregeld zien we een varken ‘de lucht in vliegen’.


Dan is het moment daar en gaat de achterklep van de aanhanger open. Maar wie verwacht dat ze al springend de wei in lopen komt bedrogen uit. Heel voorzichtig en met wat hulp lopen ze de klep af om de eerste schreden op d’Eerds grondgebied te zetten. Toegeven, een hyperactieve hond die als een soort schaapshond rond de varkens heen rent helpt niet mee ze zover te krijgen. Maar al vlug zijn ze gewend en zal het nu nog hoge groene gras binnenkort veranderen in een modderachtig terrein.


Aan alles is gedacht, want de varkens krijgen ook een binnenhok. Ook hier weer een primeur, want het MobiHog (foto, linksachter), zo wordt de container genoemd waarin de varkens kunnen schuilen, is ook voorzien van een automatisch voedersysteem. “Mijn handige schoonvader heeft het bedacht”, zegt Rienks in onvervalst Achterhoeks. “Aan de binnenzijde zit de opslag weggewerkt. Als de varkens aan de voorzijde komen eten duwen ze met hun snuit tegen een hendel die dan weer wat voer laat komen. Zo hebben we een voorraad voor zo’n drietal maanden.” Hij vervolgt: “De varkens wegen nu zo’n twintig kilo, en over een maand of zes of zeven, als ze zo’n honderdtwintig kilo wegen, worden ze geslacht. Dan stopt het op deze plek ook, maar ik hoop dat dan ergens anders hier in de buurt iemand weer een stuk grond beschikbaar heeft waar we opnieuw kunnen beginnen. Ik heb geen zin om de container naar de andere kant van Nederland te transporteren”, grapt hij.


“Het vlees is veel gezonder en beter van smaak doordat de varkens heel hun leven buiten zijn”, zegt Rienks. Een tweetal crowdfunders die een kijkje komen nemen, bevestigen dat. Dan wordt meteen ook de werkwijze van het bedrijf duidelijk. Crowdfunders investeren een bedrag waarvoor ze dan naar gelang de bijdrage een vleespakket krijgen. Maar buiten dat, het is ook een bezienswaardigheid. Een bankje aan de rand van de wei zou niet misstaan? Stan: “Goed idee, we denken erover na. Misschien wordt het wel een picknicktafel!”




EERDSE KRANT - 29 mei 2014


WEC A1 kampioen!


Het hoogste jeugdelftal van voetbalvereniging WEC doet het de laatste paar jaar uitstekend. De A1 pakte het vorige seizoen de districtsbeker, dit jaar is het team het hele seizoen op de bovenste plaats te vinden. Het kampioenschap lonkt.


Maar tegen directe concurrent Someren A2 werd begin april verloren, zodat het op het einde nog een nek-aan-nek race werd. Zaterdag was de laatste wedstrijd van het seizoen en de opdracht was duidelijk voor de mannen van trainer en leider Michiel Riem en Hans van Heeswijk: bij winst is men alleen kampioen, bij een gelijkspel moet het kampioenschap worden gedeeld en bij verlies zal de terugreis uit Helmond aanvoelen als een eeuwigheid. Tegenstander was het laaggeplaatste Mulo uit Helmond, dus de verwachtingen waren hooggespannen, getuige ook de grote groep supporters dat mee was gekomen vanuit ‘het noorden’.


Maar zoals zo vaak, kampioenswedstrijden zijn niet echt van hoog niveau. Ze zijn eerder spannend, zo ook nu! De tegenstander was bij het begin veel fanatieker en feller en het had niet veel gescheeld of WEC was al vrij vroeg in de wedstrijd op achterstand komen te staan. Na een voorzet hoefde een speler van Mulo alleen maar de bal recht vooruit te koppen, hij stond immers op een paar meter van het doel, maar hij schampte de bal die daardoor voorlangs ging. Opluchting in het rood-witte kamp, meteen ook een teken dat het deze middag geen walk-over zou gaan worden. Bij rust stond nog altijd de beginstand op het bord, er heerste nog geen feeststemming.


Na rust is WEC dominanter en er zijn kansen op die verlossende treffer. Maar op driekwart van de wedstrijd is er nog geen doelpunt te noteren en zien we voor de dug-out Jordy van de Burgt, zittend op een gekantelde bidonkrat, nerveus heen en weer wippen. Wat zou hij graag meespelen, maar een gebroken pols opgelopen op de laatste training voorafgaande aan deze wedstrijd gooit roet in het eten. Sneu voor hem, hij had zich een ander afscheid van de jeugd voorgesteld.


Hij ziet wel dat een andere Eerdenaar zich warm aan het lopen is: Julian van Thiel. Die valt even later in op de rechtsbuitenpositie en we zien hem nog geen tien tellen later vol sprintend achter een bal die de diepte in wordt gestuurd. Die pass is niet goed, te hard, zo lijkt het. Kansloze missie, de keeper kan hem simpel gaan wegtrappen. Maar Julian heeft de turbo opstaan en kan nog net met de punt van de schoen de bal aanraken, net voordat de keeper hetzelfde wil gaan doen. Ter hoogte van de zestienmeterlijn zien we vervolgens de bal onder de keeper doorgaan, ‘op het gemakje’ richting het lege doel hobbelen om tussen de twee doelpalen over de lijn tegen het net aan te rollen. Goooaaal! Sportpark De Braak ontploft, de spelers vliegen op een hoop van vreugde en het publiek is helemaal door het dolle heen. Dit is wat je noemt echt een gouden wissel.


Mulo zet dan nog wel aan, een bal gaat via de lat en een hoofd weer de goede kant op, maar het team knokt de resterende twintig minuten voor elke bal en na vijf minuten blessuretijd fluit de goed leidende scheids voor de laatste maal op zijn fluitje: WEC A1 is kampioen!




EERDSE KRANT - 5 juni 2014


Niet-alledaagse huisdieren


Hij kan het zich niet meer herinneren, maar zijn ouders wisten toen Jory van Thiel nog maar een paar jaar oud was dat hij later iets zou gaan doen wat met dieren te maken zou hebben.


“Ze vertelde me toen ik nog klein was dat ik altijd en overal sliep, maar als we in een dierentuin rondliepen ik de hele dag klaarwakker was,” lacht de achttienjarige Eerdenaar.


De jaren daarna, telkens als de familie Van Thiel op vakantie ging, mocht Jory en zijn broertje altijd iets uitkiezen wat ze leuk vonden om te doen. Voor Jory was de keuze makkelijk: een dierentuin in de buurt bezoeken of, als die niet voorhanden was, iets wat te maken had met dieren. En zo heeft hij al vele dierentuinen in Europa bezocht of dieren in het wild gezien, van reuze panda’s in een Oostenrijkse dierentuin tot walvissen voor de kust van Noorwegen.


Toen Jory een jaar of tien was won hij een de publieksprijs bij een fotowedstrijd van het Wereld Natuur Fonds, door een prachtfoto met daarop een reuze panda. Hij won een Playstation 2, een bezoek aan het Museon in Den Haag, maar de mooiste prijs, zo herinnert hij zich nog feilloos, waren de drie kusjes van Lieke van Lexmond!


Zijn ouders hadden het goed gezien: de interesse voor dier en natuur zat er al van jongs af aan in. Vooral is Jory gefascineerd geraakt door reptielen en giftige dieren. En daarom is hij sinds een driekwartjaar de trotse bezitter van twee westelijke haakneusslangen, in wetenschappelijke termen de Heterodon nasicus nasicus genaamd. Ieder heeft een eigen terrarium en deze staan boven op zijn slaapkamer. “Ze mochten nergens anders staan van mijn moeder, maar dat is geen probleem. Je hebt er geen last van hoor. Anders dan bij een hond of kat stinken ze niet en maken ook geen herrie. Soms zijn ze zo goed verstopt dat je ze dagen niet ziet.”


Niet verrassend dat Jory de richting kiest voor bioloog of onderzoeker. Zijn hoofddoel is om minimaal zijn bachelor te halen, na eerst nog twee jaar de studie Ecologie en Wildlife-management te volgen. Welke richting hij precies op wil weet hij nog niet, daar wil hij doormiddel van stages achter komen.


Zo zal hij binnenkort op de universiteit van Leiden een dagje meelopen, de universiteit waar ‘toevallig’ Neerlands bekendste bioloog Dr. Freek Vonk, bekend van de serie Freek in het Wild, een onderzoeksteam leidt. Verder gaat hij tien weken onderzoek doen in Limburg naar de enigste gifslang hier in Nederland, de adder (Vipera berus). In februari hoopt hij ietsjes verder van huis, namelijk in Thailand (voor onderzoek naar de koningscobra (Ophiophagus hannah) en later naar Arizona (voor onderzoek naar onder andere ratelslangen), wederom ‘het veld in te duiken’.


Veldwerk is de ene richting, de andere is het toxicologische gedeelte. Zo wordt het gif van onder ander slangen en andere giftige dieren gebruikt in onderzoeken om alzheimer en kanker tegen te gaan en zit het gif verwerkt in verschillende cosmetica om bijvoorbeeld, vrouwen let op, rimpels tegen te gaan.


Zien we over jaren een Eerds mannetje met een maf hoedje en een snorretje door de wildernis zich een weg banen in een ondoordringbaar oerwoud op zoek naar nog niet opgespoorde slangen? “Haha, ik denk van niet. Veel mensen hebben een stereotype beeld van hoe een onderzoeker eruitziet, maar dat klopt niet. In films als Indiana Jones worden wel zo’n typetjes neergezet, maar in werkelijkheid zijn het gewone mensen zoals jij en ik.”




EERDSE KRANT - 5 juni 2014


Tweede lustrum kindervakantieweek


KinderVakantieWerk Eerde gaat komende zomer voor de tiende keer plaatsvinden. Het is ondertussen een vast gegeven, in de laatste week van de schoolvakantie is vanaf maandag en de daaropvolgende dagen een enorme bedrijvigheid te bespeuren op het veldje achter de Busstraat. Daarom op die plek, de drie dames Jeanne Coppens, Gwen van der Velden en Marsha Claassen, allen zitting hebbend in de twaalfkoppige organisatie, aan het woord.


Tien jaar geleden hebben een aantal mensen het idee opgepakt om iets te organiseren voor de schooljeugd in de laatste week van de vakantie. Er waren opstartproblemen, geen materialen, hoe te plannen, maar met behulp van vele vrijwilligers is het geworden wat het nu is. Jeanne is voor het negende jaar erbij, Gwen voor het zesde jaar en zorgt voor het sponsorgebeuren en Marsha, die is naar eigen zeggen er gewoon voor de gezelligheid bij. Een geintje natuurlijk, ze zijn eigenlijk het hele jaar rond bezig met ‘de week’.  Op de afsluitingsavond, dat is op de vrijdag, op de laatste dag van de kindervakantieweek, worden er al stilletjes plannen gemaakt voor het jaar daarop. In november vindt dan de eerste bijeenkomst plaats waar het thema en de grote lijnen worden uitgezet.


Ook maken ze veel gebruik van de moderne communicatie. Er zijn vier groeps-WhatsApps in de lucht. Tijdens het interview bijvoorbeeld piept een mobieltje: het is het verslag van de laatste bestuursvergadering.


Naast de vele vrijwilligers op de dagen zelf zijn er veel ‘stille’ krachten actief, zo geven de dames aan. Hun partners bijvoorbeeld. Naast een helpende hand moeten ze in de week dat het evenement plaatsvindt de boel thuis runnen, ze hebben dan nergens geen tijd voor. Op de vraag of vrouwen meer de praters zijn in het bestuur en de mannen de werkers, wordt meteen duidelijk gemaakt dat vrouwen ook hard werken.


De zeepkistenrace op de laatste dag stippen ze alle drie aan als de grande finale: ‘Daarna storten we in’, geven ze schaterlachend aan.


Komend weekend houden ze een soort van reünie voor alle mensen die in de organisatie zelf hebben gezeten in al die jaren, dat zijn om en nabij veertig personen. Maar nieuwe krachten zijn altijd welkom, benadrukken ze. Ben je flexibel, creatief en heb je een goed uithoudingsvermogen, dan moet je zeker contact opnemen met de organisatie, zo geven ze aan.


De drie sluiten af met te vertellen dat zo’n vakantieweek heel belangrijk is voor de kinderen zelf, maar ook ouders laten dat duidelijk merken aan het team. Gebruik maken van elkaars kwaliteiten, dat is een gezonde basis voor hopelijk nog vele kindervakantieweken die nog gaan plaatsvinden.




EERDSE KRANT - 26 juni 2014


Hanneke Riem wandelt samen met haar opa en oma voor KWF


Ze verkocht al cupcakes tijdens de kerstmarkt op school en ze maakt haar belofte waar om nu ook de Vierdaags in Nijmegen (15 t/m 18 juli) te gaan lopen. Hanneke Riem wil hiermee weer geld inzamelen voor het KWF Kankerbestrijding.


De aanleiding voor deze twee acties is dat haar kleine zusje Karlijn te maken heeft gehad met deze ziekte. Ook het overlijden van haar oudoom heeft ertoe bijgedragen dat ze haar gevoel van onmacht om wil zetten in een positieve bijdrage. Ze loopt niet alleen, want ook haar opa en oma Gerard en Ans Visser gaan wederom de loopschoenen aantrekken. Dat was in eerste instantie niet de bedoeling, maar naarmate ze meer en meer samen trainden hebben ze besloten om nog eenmaal mee te lopen - vier jaar geleden liepen ze de Vierdaagse voor het laatst - en mede ook omdat een twaalfjarige alleen mee mag lopen onder begeleiding. Ze hebben samen zo’n 500 km getraind en hebben er zin in om elke dag 30 km te gaan lopen.


Haar doel is om duizend euro in te zamelen, en op het moment van schrijven zit ze daar al heel dichtbij. Wie Hanneke nog wil steunen kan een kijkje nemen op de website www.staoptegenkanker.nl/Hanneke-loopt-tegen-kanker, daar staat alle informatie op.


De wandelschoenen, twee paar, eentje voor droog- en eentje voor nat weer, staan te popelen om te worden aangetrokken. Alleen tegen het vroege opstaan ziet ze wat tegenop. Het is een puber, zegt haar trotse moeder met een lach.




EERDSE KRANT - 26 juni 2014


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.


Joke Steenbakkers-Scheepers (57) gaat dit jaar voor de vijfentwintigste keer mee op schoolkamp. Een uitnodiging waard voor een interview op het bankje.


Dertig jaar geleden is Joke begonnen als inval-EHBO’er bij Jos Kemps op de basisschool. “Een paar jaar later werd ik gevraagd om mee op schoolkamp te gaan met groep acht van basisschool Petrus en Paulus. Wie mij gevraagd heeft weet ik niet meer. Ik was wel wat verbaasd dat ze me vroegen, maar ik heb altijd wel in het verenigingsleven gezeten en had nog wat vrije tijd. Ik wou, en nu nog steeds, altijd mensen helpen, vandaar dat ik ja heb gezegd.


De eerste keer gingen de kinderen naar Sevenum. Niet met de fiets, zoals nu het geval is, maar met de vrachtauto met de fietsen erin, omdat het te ver weg was. “In het begin ging het moeizaam, ik was nog een jong broekie. Alles was nieuw voor me. Ik kan me nog goed herinneren dat die eerste keer ik op woensdagmiddag total loss was. Joop Schuurmans zag dat en zei: ‘Als jij hier in het kamphuis blijft en naar bed toegaat, dan gaan wij zonder jou met de kinderen het bos in’. Daarna is dat niet meer voorgekomen.”


Tijd na een foto te hebben gemaakt voor koffie. Iets lekkers hoort daarbij. Een pak Bastogne-koeken wordt opengemaakt. Joke schiet in de lach. “Dit zijn dé koeken die we ook altijd meenemen op schoolkamp, want die vinden ze allemaal hééél lekker. Wat toevallig zeg!” Wat we dan nog niet weten is dat dit later tijdens het interview wordt bevestigd. “Weet je hoe we ze noemen? Kampkoeken.”


Waar ben je overal geweest? “Sevenum dus, Sint Antonius, Helenaveen, Somerheide, Wintelre en de laatste tien jaar in Netersel. Dat is een super kamphuis, alles gelijkvloers. De indeling is ook prima. Twee kamers voor de kinderen met elk twaalf bedden. De kamer van de mannelijke leiding ligt tegenover die van de jongenskamer, de vrouwelijke leiding tegenover die van de meiden.  Er gaat ook nooit iemand alleen naar binnen, altijd met z’n tweeën. Twintig jaar geleden stond je daar niet bij stil, nu wel en doen we dat puur ter bescherming.”


Wat is het grote verschil met vijfentwintig jaar geleden? “De kinderen zijn niet veranderd, maar de tijd is veranderd. Ze zijn meer volwassener geworden, ze worden veel eerder zelfstandig. Maar wij gaan niet helemaal met de tijd mee, zo mogen mobieltjes bijvoorbeeld niet mee.”


“Een keer waren er twaalf jongens en vier meiden. We hadden gezwommen, en nadat we al een tijdje terug waren wilde iemand van de leiding zijn handen gaan wassen. Maar dat kon niet, want toevallig waren er ook vier wasbakken in het gebouw en die waren alle vier bezet: de meiden hadden bij terugkomst hun zwemkleding in het water gelegd. Haha, dat hadden we nog nooit meegemaakt, we hebben er een foto van gemaakt. Een leerling had waarschijnlijk van thuis meegekregen om na het zwemmen de badkleding in het water te zetten om de chloor er beter uit te spoelen.”


Plots worden de bankzitters opgeschrikt doordat een klein wit autootje wel heel dicht komt langs ‘gescheurd’. Even op het punt gestaan om onze wijkagente te bellen, maar het dadersignalement is wat broos. We herkenden een man achter het stuur, de bijrijder had de contouren van een hond. ‘Bibberend’ schenken we de kopjes nog een keer vol.


Voor Joke is het belangrijkste dat iedereen weer heelhuids terugkomt. Op de heen- en terugweg naar Netersel komen ze langs een kapelleke. Na de eerste pauze in Best, de tweede in Oirschot komen ze tussen Westelbeers en Netersel langs die kapel, meteen ook de plaats voor de derde pauze. “Het leven is niet altijd plezierig, je hebt ook verdriet. Dan zeg ik tegen de groep dat ze een kaarsje mogen aansteken. Waarvoor, zegt soms een kind. Voor bijvoorbeeld een overleden opa of oma, of iemand die ziek is, zeg ik dan. Ze krijgen dan van ons geld en mogen een kaarsje aansteken. Maar het is meteen ook voor het goede weer en dat ze een paar dagen later hier weer allemaal staan. Het is een gebaar. Tweemaal per jaar, al tien jaar lang, is de dagopbrengst in dat kapelleke ongekend hoog…”


Nog je EHBO-koffer nodig gehad in al die jaren? “Jazeker, vele malen een pleister moeten plakken, maar ook schaafwonden, diarree, dat soort kleine dingen kom je tegen.” Niets ergers? “In al die jaren hebben we maar tweemaal een dokter moeten raadplegen. Eenmaal voor een derdegraadsverbranding en een keer ’s nachts voor een heftige oorontsteking. Dat valt dus reuze mee”


In de verte doemt ineens een peloton schooljeugd op. Joke kijkt om en herkent ze onmiddellijk. Het zijn een aantal leerlingen van… groep acht! ‘Hey, daar zit Joke’, hoor je ze tegen elkaar zeggen. Als je het over de duivel hebt. Toeval bestaat niet, zo blijkt maar weer eens. Komt het even goed uit dat we zo-even daarvoor de aangebroken pak ‘kampkoekjes’ bij de hand hebben. En inderdaad, Joke heeft gelijk: ze gaan erin als warme broodjes.


Komende maandag gaat ze weer. Wat ze die dagen zullen eten wil Joke, ondanks dat ze de vraag niét krijgt gesteld, niet verklappen. Ook wat ze die dagen allemaal gaan doen, blijft geheim. We krijgen nog geen tipje, want de leerlingen lezen ook de krant. Wat niet geheim is dat Joke voor de laatste keer meegaat. “Het kost heel veel energie. Je bent dag en nacht paraat, zeker de eerste twee nachten. Ik moet een heel weekend bijslapen als ik terugkom. Daarom is het nu een mooi moment om te stoppen. Ik heb het altijd heel leuk gevonden.”


Maar liefst 431 leerlingen zijn op schoolkamp geweest met Joke als een van de leiding. “Ik kom ze nu natuurlijk niet allemaal meer tegen, maar ik word nog wel regelmatig aangesproken over het schoolkamp. Dat is een mooi compliment!”




EERDSE KRANT - 4 september 2014


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.


Joop Schuurmans (63) stond ruim veertig jaar als leraar op de Eerdse basisschool Petrus en Paulus vóór de (school)banken, een mooie reden om hem bij zijn afscheid nu óp een bank uit te nodigen voor een interview!


Een d’Eerds wereldrecord heeft hij er niet mee behaald, zo’n lange tijd op de Eerdse school, want Joop kan zich nog, al is het vaag, herinneren dat meneer Mobers langer op deze school voor de klas heeft gestaan. Maar veertig jaar is enorm lang, toch? “Zeker, maar ik heb in al die jaren geen moment de behoefte gehad om hier weg te gaan”, zegt hij zonder aarzelen.


Geboren en getogen in Schijndel, en na zijn opleiding als leraar en een paar jaar stage te hebben gelopen hoorde hij van een vacature op de school hier in Eerde. “Ik weet niet meer precies ofdat ik het ergens heb gelezen of gehoord, maar in die tijd verspreidde het nieuws zich ook via via naar het Schijndelse en kwam ik te weet dat een zuster, zo werd ze genoemd, zou gaan stoppen. Na een gesprek met het schoolbestuur kon ik in januari ‘74 aan de slag, met de toezegging dat ik bij het nieuwe schooljaar de vijfde klas (nu groep zeven, red.) onder mijn hoede zou krijgen. Ik wist al na de diverse stages dat m’n interesse in de bovenbouw lag, dus dat kwam perfect uit.”


Waarom wilde je leraar geworden? “Ik vind dingen uitleggen heel boeiend en samen met een groep mensen een ontdekkingsreis maken, ook al is dat via boeken. Dat trok me enorm aan. Dat ik in Eerde terecht ben gekomen is puur toeval. Er waren toen banen genoeg in het onderwijs, het solliciteren stelde niet zo veel voor.”


D’Eerd was echter al wel bekend terrein voor Joop. “We hadden hier kennissen wonen, mijn ouders kwamen hier regelmatig. De Eerdse bossen waren ook mijn speelterrein. Als klein menneke in de winter met de slee van de Pastoorsberg af en zo. We woonden bij ons thuis tegen het spoor aan, in de Langstraat. Langs het spoor ben ik zo met de fiets in d’Eerd, zei ik nog in het sollicitatiegesprek."


In zijn eerste weken in het Eerdse viel een ding op: “In Schijndel zeggen ze ‘weier’, in Eerde zeggen ze ‘weiter’. Dat woord kende ik niet. Verder is er niet zo veel verschil tussen Eerde en Schijndel en was ik snel ingeburgerd.”


Zandbak in de klas, anderhalve meter bij anderhalve meter, ondanks dat de interieurverzorgster daar niet zo blij mee was, biotopen voor de raam, tentoonstellingen over vervoer, Joop heeft in die jaren van alles in zijn klas gedaan. “Die kosten wel veel voorbereiding, maar je had vroeger meer vrijheid om te pionieren. Meer dan nu. Dat heeft ook te maken met de teamsamenstelling: of je staat alleen voor de klas, of je bent met meerdere.”


Tijd voor nog een koffie. Maar opeens ontstaat er een soort van vloedgolf voor het bankje! Er liggen door de hevige regenval her en der wat (grote) plassen in de Bergweg en een chauffeur die komt aangereden in een donkerblauw bestelautootje, denkt grappig te moeten wezen en rijdt met volle kracht door een van de plassen. Gevolg: een metershoge golf. Nog net op tijd kunnen de benen omhooggetrokken worden en mist het water zijn doel, maar het zorgt wel voor commotie. Het nummerbord wordt genoteerd en de hufterlijn kan een telefoontje verwachten.


Nog aan het bijkomen gaan we verder. “In 1985 ben ik ook adjunct-directeur geworden, in het jaar dat de kleuterschool en basisschool samengingen. Theo van der Laar werd toen directeur en ik kreeg deze officiële functie. Tot voor twee jaar terug ben ik die gebleven, maar de tendens is om deze functie uit te laten sterven. Een bouwcoördinator en IB’er krijgen deze functie er als taak bij, en dat scheelt in de portemonnee. Als je kwalitatief sterk werk wilt leveren, waarom moet alles dan voor de kat z’n viool. Dat is nu veel aan de hand in het onderwijs. De sociale druk is groot: als je binnen een team een aantal mensen hebt die altijd ja zegt tegen extra dingen, en eentje zegt ‘ik zit vol, ik doe dat niet’, dan ontstaan er brokken.” Joop heeft daar duidelijk zicht op, omdat ie sinds een vijftal jaren actief is als vakbondsconsulent. Hij bezoekt een dag in de week basisscholen tussen Vaals en Moerdijk. “Veel teams hebben het zwaar.”


Ook al zal het even wennen zijn, het zo pas begonnen nieuw schooljaar zonder ‘meneer Joop’, de op het grasveld prominente aanwezige tamme kastanjeboom blijft zijn initialen houden. Zelf thuis gekweekt, op een klein aanhangertje door het buitengebied van zijn woonplaats Erp naar Eerde gebracht en de kinderen tijdens een handenarbeidles het gat laten graven. “Telkens groeven twee leerlingen om toerbeurten een kuil, maar zo diep, dat ik de laatste twee er uit heb moeten trekken.” Lachend: “Geen meneer die staat te kijken of zo, dus ze hebben me toch gespaaid, dat wil je niet weten!”


Eén vraag heeft Joop de laatste tijd vaak gesteld gekregen: waarom hij na veertig jaar en ‘met nog maar een paar jaar voor de boeg’, nog naar een andere school gaat? “Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig kregen we een groeiend gezin. Ook toen hadden we het wel eens over overstappen, maar toen was het nog last in, first out. Dan ga je niet zomaar ergens anders naar toe met een huis en hypotheek. Plus, ik had het hier naar mijn zin. Maar nu zijn we als school weer kleiner geworden en zou ik ook weer minder gaan lesgeven. Ik zit inmiddels in een andere positie, heb al een tijd terug aangegeven dat ik anderhalve dag wil blijven lesgeven omdat ik dat nog steeds het leukste vind, en op basisschool ’t Ven in Veghel doet zich nu die mogelijkheid voor.”


In al zijn jaren heeft ‘meneer Schuurmans’, later werd het ‘meneer of meester Joop’, dus vele Eerdse kinderen onder zijn hoede gehad. Zo’n duizend in totaal hebben hem direct of indirect als leraar meegemaakt. “Het is niet voor iedereen altijd 100% geweest, maar als je heel eerlijk kunt zeggen: dat hadden we anders moeten doen, dan kun je daar trots op zijn.”




EERDSE KRANT - 11 september 2014


Kamperende caravans


Vorige week stonden er wel heel bijzondere gasten op camping Het Goeie Leven. De Constructam Caravan Club was met zo’n vijftig caravans neergestreken in Eerde en die hielden afgelopen zaterdag een soort van open dag.


De Constructam Caravan Club is een groep liefhebbers van de Constructam caravan, een caravan gemaakt in Temse in België van 1960 tot en met 1987. Het doel van de club, zo’n elf jaar geleden opgericht en met 280 leden uit heel Nederland en andere landen, is om het erfgoed te bewaren. Tweemaal per jaar, in de meivakantie en net na de zomervakantie, organiseren ze een kampeerweek waaraan de leden kunnen deelnemen. Ditmaal organiseerden twee Brabanders, Erik Harmsen uit Eindhoven en Monique van Barneveld uit Waalwijk (foto), de week en zij kozen voor de camping hier in Eerde.


Een eerste blik op het kampeerterrein laat een gezellige geheel zien. Het is op deze zaterdag prima kampeerweer, dus er is veel bedrijvigheid buiten de caravan. Dat kan ook bijna niet anders, want het formaat van het kleinste type, de Condor, is niet groter dan twee bij drie meter. Als je weet dat er ook een ‘tweepersoonsbed’ in zit, dan houd je niet veel vierkante meters over.


“Maar dat vindt juist ik zo leuk aan deze caravan, het is lekker knus”, vertelt Monique die als pr-vrouw van de club de Eerdse Krant te woord staat. Een paar jaar geleden is ook zij besmet geraakt met het Constructam-virus. “Ik had een klein autootje, een oldtimer, en daar past geen grote, luxe caravan achter. Bij m’n zoektocht kwam ik deze Condor tegen, die bevalt prima.” Maar ze vertelt er meteen achteraan dat haar caravan bezig is aan zijn laatste kampeeradem: hij gaat gesloopt worden en de onderdelen worden weer gebruikt voor andere caravans van de leden.


De ‘sloopcaravan’ is een vreemde eend in de bijt, want de overigen staan er op en top bij en fleurig te pronken in het zonnetje. Ook die van Erik Harmsen, hij heeft het grootste type caravan van het Belgische merk: een Comet. Terwijl in de voortent zijn kleinkind, van een ongeveer half jaartje oud, vrolijk in zijn kinderwagen rond aan het kijken is, de bekende ‘met de paplepel’ is hier van toepassing, mogen we een kijkje in het vlaggenschip nemen. Deze heeft een badkamer, zoals hij zelf aangeeft. Te zien is een klein wastafeltje, een spiegeltje en twee gordijntjes tot aan de grond, die aan een licht golvend railtje aan het plafond hangen. Ook een gasstel, een koelkast en meer ruimte geven deze caravan het status van het topmodel uit een ver verleden. Prachtig!


Er zijn vele bezoekers op deze dag die zorgen voor ‘afleiding’, maar wat doen ze de rest van de week? “We organiseren altijd een welkomstborrel en op de voorlaatste dag een barbecue en verder… eigenlijk niets”, zegt Monique met een glimlach. “Jawel”, grapt Erik, “we beginnen om 7:00 uur met koffie drinken, daar zijn we om 12:00 uur mee klaar en dan gaat het bier open, hahaha!”


Monique: “We zijn eigenlijk een grote familie die, althans de harde kern, tweemaal per jaar samen kamperen. Lekker bijkletsen en zo, onder het motto: niets moet, alles mag.”




EERDSE KRANT - 18 september 2014


Schoolkinderen bezoeken basecamp en zijn bij parachutistensprong


'Wij zijn bevrijd door goed samen te werken’


De Eerdse schooljeugd kreeg maandagochtend een rondleiding op het basecamp van Operatie Market Garden 2014. ’s Middags zagen ze tientallen parachutisten springen. Een enerverend dagje voor de kinderen.


Het basecamp is zondag in gebruik genomen nadat de stoet met legervoertuigen na een stuk van Hell’s Highway te hebben afgelegd, arriveerde. Vanuit Borkel en Schaft zijn ze op die zondagochtend vertrokken. Het kamp is gelegen aan de Corridor op de Kempkens.


Na een kort ritje met de fiets betreden groep 6, 7 en 8 van onze basisschool iets na tienen op deze maandagochtend het terrein. De slagboom wordt geopend door een MP-soldaat - ook vastgelegd door een camera van Omroep Brabant - en de kinderen lopen het immense terrein dat vol staat met oude legervoertuigen en waar re-enactors soldaten op een authentieke en serieuze wijze de geallieerde troepen uitbeelden, op.


Er is al een enorme bedrijvigheid waar te nemen. Zo staat er een colonne klaar om uit te rijden, maar nog niet iedereen is klaarwakker. We zien bijvoorbeeld twee vrienden uit Waalwijk ietwat glazig uit hun ogen kijken. Ze geven aan dat ze toch goed hebben geslapen, maar zich nog niet te hebben gewassen. Aangezien ze op een ‘zichtlocatie’ staan, aan de hoofdweg in het kamp, besluiten ze om dit eerst maar eventjes te gaan doen.


De schoolkinderen zijn ondertussen aanbeland bij een M7 tank met een Howitzer 105 mm kanon erop. Christ van der Horst vertelt dat dit kanon wel zo’n tien kilometer ver kan schieten. Ook wordt de motor eventjes gestart. Een aantal kinderen springen een metertje of wat achteruit door de herrie en de uche, uche rook.


Daarna gaat het door naar een tent met een groot rood kruis er op, naar de operatietafel. Sarah de Wit speelt ene Johanna Smit die een gebroken been en hoofdwond heeft. Marianne van Vught doet een kaartje om haar pols, zodat ze weten wie de persoon is daar ze niet kan praten. Na de ‘operatie’, er is een kogel verwijderd, gaat ze naar het hospitaal waar ze samen met andere gewonden eventjes kan bijkomen. In de oorlog bleven de soldaten daar een paar dagen om vervolgens naar een veiliger plek, dan zo kort bij het front, te worden vervoerd. Aandachtig luisterden de kinderen met open mond, maar Sarah is opgelucht als het kaartje afgaat…


Dan neemt Frank Otterdijk, die de rondleiding mee begeleidt, de groep mee naar een ‘gestrande’ Glider. Juf Jannie van groep 8 weet hier opvallend veel van. Want de Glider, die achter een Dakota hing tijdens de operatie, kon precies één jeep met manschappen vervoeren en die kon, aldus de juf, door het openen van de neus van het zweefvliegtuig naar buiten worden gereden. Verbaasde blikken van militairen zijn waar te nemen…


Als laatste gaat de groep een kijkje nemen bij een heuse locomotief uit die tijd, speciaal voor deze gelegenheid naar Veghel gehaald. Daar het bijna tijd is om weer naar school te gaan, krijgt de meneer die wat gaat vertellen over de locomotief, niet meer dan vijf minuten de tijd om zijn zegje te doen. ‘Dat zal moeilijk voor hem zijn’, zegt een collega met een lach, ‘want hij kan makkelijk drie dagen vertellen!’. Zijn verhaal gaat half in het Engels en half in het Nederlands, want hij is een Engelsman die een Nederlandse vriendin heeft, zo is in zijn inleiding te horen. Het luistert wel grappig, maar hij verteldt ook grappig.  Op de vraag waar deze locomotief nu precies voor bedoeld was tijdens de oorlog, kon geen kind het goede antwoord geven. “Nee, het was niet om oorlogsmateriaal te vervoeren of soldaten, maar vooral voor eten en benzine. Want kon je vroeger bij de McDonalds eten halen of tanken bij een benzinestation?”, geeft de ‘Engelse Nederlander’ als voorbeeld aan. Hij is niet alleen een goed verteller, ook geeft hij de kinderen nog een boodschap mee dat op applaus kan rekenen. “Goed samenwerken is belangrijk, ook in de klas. Dan bereik je ook eerder je doel. Wij zijn bevrijd door goed samen te werken!”


Dan krijgt hij te horen dat het tijd is en gaan de kinderen richting uitgang, terug naar school. Dus mooi de gelegenheid voor uw redacteur om de beste ‘locomotiefman’ een compliment toe te schuiven, maar zijn reactie hierop gaat opvallend goed in het Nederlands. Net op het moment daarvan iets te zeggen, geeft hij een visitekaartje af, waarop zijn naam staat: Hans Altena! Onze Engelse vriend, die zo-even daarvoor Nederlands spreekt met een zwaar Engels accent is een… Nederlander! Een lachsalvo klinkt over het terrein, hijzelf nog het hardst, en moet tot ‘in zijn geboorteland’ hoorbaar zijn geweest.


Aan alles is gedacht op het basecamp, dus ook aan een natje en een droogje. Een grote tent met catering zorgt voor de inwendige mens. Daar staat de ‘Chef Koffie’ met zijn team klaar om een verse beker koffie voor de bezoekers in te schenken. Uw redacteur treft het wel deze morgen omdat hij de koffie hoogstpersoonlijk van de chef zelf krijgt, want het schijnt dat hij regelmatig tot vaak pauze heeft, en dus afwezig is. Hij vervult zijn taak wel met verve, want hij prijst meteen ook het appelgebak aan. Dat vriendelijke aanbod kan niet geweigerd worden en het heerlijk smakend puntje wordt dan ook met genoegen soldaat gemaakt. Het appelgebak op het basecamp (dat nog open is tot met zondag) is een echte aanrader! De afspraak wordt gemaakt om deze week nog een keer de kwaliteit van het gebak te controleren…


Maandagmiddag stond de landing van parachutisten op het program. De Koeveringsedijk staat al ver voor vier uur bomvol met toeschouwers deze dag, het weer is prachtig, gelukkig kan er dus onder ideale omstandigheden gesprongen worden. Een uurtje eerder vertrekt een colonne met jeeps met aan boord de adoptieklas, oftewel groep acht, vanaf school naar de landingszone. Voor uw redacteur staat ook een ‘pers-jeep’ klaar: een Willy. Daarvoor nog een hartelijk dankjewel richting de organisatie. De chauffeur is in eerste instantie nog in geen velden of wegen te bekennen, maar net voordat de stoet in beweging trekt, stapt ze achter het stuur. Stapt ze? Een vrouw? O jee, wordt op de achterbank gedacht. Geraldine Brugmans is haar naam, ze woont op Aaaacht bij Eindhoven en ze verwelkomt de aanwezige media met een spontane glimlach. De rit naar de Koeveringsedijk verloopt prima: het vooroordeel dat vrouwen niet kunnen autorijden is bij deze ingetrokken. Daarbij, het is ook nog eens reuze gezellig aan boord van de ‘Betty en Netty Jeep’, zoals ze de auto gekscherend noemt. Ze krijgt dan ook meteen het predicaat ‘de leukste jeep van de colonne’ toegekend.


Wachten duurt altijd lang, maar als iets na vieren een tweetal Dakota’s zichtbaar worden, veert iedereen op en is de dropping aanstaande. Eerst worden er twee rondje over de landingsplaats gevlogen en dan is het moment daar dat er gesprongen wordt. Eerdenaar Erwin Janssen heeft de eer om als eerste uit het vliegtuig te springen, de rest volgt zijn voorbeeld. Een enkeling komt niet op het pas gemaaide gras terecht en landt in de mais of op de belt. Na de landing verwelkomen de leerlingen van groep acht de parachutisten met een zelf meegebracht bloemetje.


Ook de Amerikaan Matt Anderson krijgt een bloemetje, het is al voor de vierde keer dat hij in dit gebied springt. Op de vraag waarom hij hier springt, antwoordt hij om de veteranen van de Tweede Wereldoorlog hiermee te eren. Een mooie gedachte. We zien een ontroerde Anderson, een stukje verderop zien we Holly Macko, een veertigjarige Amerikaanse, ook geëmotioneerd komen aanlopen en bloemen in ontvangst nemen. Maar wat de kinderen niet weten is dat zij niet heeft kunnen springen door een blessure, opgelopen tijdens de reis naar Nederland! Bij het tillen van haar koffer heeft ze een spiertje of iets dergelijks aan de achterkant van haar rechterbeen verrekt.


Ze baalt als een stekker, want voor de twee jaar overleden Clancy Lyall, haar zeg maar tweede vader die destijds in Son landde, en voor nog twee soldaten meer, Charly Eckman en Glen Derber, beiden sprongen hier in Eerde, wílde zij hier ook springen. Ze heeft een stukje van de parachute van laatstgenoemde bij zich, als eerbetoon, maar ze moest toekijken toen haar collega’s de sprong maakten. Ze is onder doktersbehandeling, gebruikt medicijnen om de pijn te verzachten, maar ze heeft goede hoop om alsnog een dag later, of woensdag in Grave, te kunnen springen. Bij het ter perse gaan van deze krant weten we niet ofdat ze heeft gesprongen, maar we duimen voor haar.


Nadat de kinderen nog wat souvenirs hebben bemachtigd, op de foto zijn gegaan met parachutisten en veteranen, is het tijd om weer terug naar school te gaan. Achterin een open truck worden ze veilig teruggebracht (foto).


Ook uw redacteur wordt netjes ‘thuisbezorgt’. Maar niet met de ‘pers-jeep’, die is in geen velden of wegen te bekennen. Hij mag wel samen met Pieter Ploegmakers van het Airborne Comité Eerde meerijden in een Willy van andere militair, een Engelsman. Ondanks het niet gewend zijn om rechts te rijden, een licht verhoogde hartslag veroorzakend bij zijn passagiers, verloopt het korte ritje zonder blikschade en kunnen we (achteraf) mededelen dat we door de beste Engelse Willy-chauffeur netjes zijn thuisgebracht. De Eerdse Krant vindt u dan ook weer als vertrouwd vandaag op uw deurmat of in uw brievenbus, zonder schrammen.





EERDSE KRANT - 25 september 2014


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.


Wat een eer om één van onze bevrijders op hét bankje te mogen verwelkomen: de Amerikaan John Primerano (89)! John is de drieëntwintigste persoon die in deze rubriek geïnterviewd wordt, maar als hij er niet was geweest, hadden alle voorgaande tweeëntwintig misschien wel niet, of niet in vrijheid plaatsgevonden.


John wordt door ‘privéchauffeur’ Elize Janssen naar het bankje gebracht. Ze zet de auto half in het bos, en dat is maar goed ook. Later daarover meer. John is op 11 september aangekomen hier in Nederland en verblijft tot 27 september de meeste tijd bij de familie Erwin en Elize Janssen hier in Eerde. Ruim twee weken dus, maar hij is hier niet om vakantie te vieren. “In 1986 ben ik voor de eerste keer overgekomen. Een paar keer ben ik niet geweest, maar ik kom iedere keer heel, heel graag. Het voelt als thuiskomen, hier in The Netherlands”, aldus de veteraan.


Over een ding is John heel duidelijk, nadat we foto’s hebben geschoten en de koffie, met d’Eerds gebak, hebben ingeschonken: “Ik zit en praat hier nu, maar ik vertegenwoordig mijn buddy’s”, doelend op zijn maten en al die andere soldaten die hier hebben gevochten en hun leven lieten om ons te bevrijden.


John maakte onderdeel uit van Operatie Market Garden, was gelegerd bij het 501ste Parachute Infanterie Regiment, onderdeel van de 101ste Airborne Divisie. Hij sprong op 17 september bij kasteel Heeswijk. Dat moment staat hem nog helder voor de geest. “We werden ’s morgens wakker gemaakt en kregen een flinke maaltijd, waarna we ook nog eens perziken gegeten en perziksap gedronken hebben. Tijdens de vlucht, werden we halverwege allemaal ziek en moesten overgeven. ‘In je helm, in je helm!’ riep iemand van de crew, maar wij dachten: no way! Hij kon alles opruimen bij terugkomst.”


Maar het werd nog erger. “Doordat ik nummer achttien was die sprong, er was eigenlijk niet genoeg plek in het vliegtuig, moest ik al lopend me aanhaken. Dat duurde iets te lang en doordat je met een hoge snelheid vliegt, landde ik ver weg van de rest. Van de sprong zelf weet ik niets meer. Wat ik wel weet was dat ik ziek en bang was. Bij het landen ben ik buiten bewustzijn geraakt. Toen ik bijkwam heeft een familie me geholpen en meegenomen naar hun boerderij. In 1986, toen ik voor de eerste keer hier terugkwam, wilde ik die plek nog eens bezoeken. Het moest ergens tussen het kasteel (in Heeswijk, red.) en richting Veghel zijn, want dat was toen de aanvliegroute. Ik was bij een gastgezin in Veghel en ze vroegen me, ook nog eens op de 17de september, wat ik wilde gaan doen. Naar die boerderij, zei ik meteen. We hebben gelukkig die boerderij gevonden en daar ontmoette ik de vrouw (Tonia) die in 1944 tegen haar broer zei, nadat hij me naar het huis gebracht had: ‘Zet hem in de stoel en geef hem een glas melk’. Dáárom kom ik nu elk jaar terug, om wat zij en haar broer toen voor mij gedaan hebben. Zij heeft me een tweede kans gegeven, zij is mijn tweede moeder”, zegt hij duidelijk geëmotioneerd.


John is een druk man dezer dagen. Hij heeft elke dag wel iets te doen of zijn aanwezigheid wordt op prijs gesteld. Overal waar hij dan komt, is hij het middelpunt. Of dat nu is bij de parachutistensprong op de Koevering, of bij de herdenking bij het Geronimo-monument of het openen van het WO II museum of waar dan ook, hij staat in de spotlights. Hoe houdt hij dat vol, op zijn respectabele leeftijd? Lachend: “Ik ben een dinosaurus, maar daar zijn er niet zo veel meer van over, hè.” Gelukkig heeft hij tijd kunnen vrijmaken op deze vrijdagochtend. “Ik zeg niet graag nee, maar soms is die aandacht me wel iets too much. Ik voel me dan opgelaten zeg maar. Maar ik heb met Elize afgesproken, als het echt te veel wordt, dat ik dit met een klein signaal aangeef” - hij doet een time-out-teken met zijn handen. Een iemand komt hij vaak tegen in deze week, het is onze burgemeester Ina Adema. “Ik zei op een gegeven moment tegen haar: who is following who”, grapt hij.


In de verte zien en horen we een militaire jeep en een soldaat op een motor de Bergweg opdraaien, komende vanaf de Vlagheide. De 70-jarige herdenking van Operatie Market Garden is overal zichtbaar aanwezig, zelfs op een vrijdagmorgen midden in de bossen. We zien, op het moment dat ‘de colonne’ het bankje passeert, een lachende jongeman achter het stuur ons begroeten. Maar opeens, na nog een tweede blik richting het bankje, zien we hem opschrikken. Hij kraait iets van pure opwinding uit en gaat vol in de ankers. De jeep maakt een schuivende beweging naar links, de kant waar ‘de taxi van John’ geparkeerd staat. Met een snelle reactie slalomt hij om de auto heen, komt even verderop tot stilstand en zien we hem in een oceaan van enthousiasme naar ons toe komen gehold. Het is duidelijk waarom…


Na een ‘signeersessie’ vragen we aan John hoe het is om elk jaar in september hiernaartoe te komen. “Niemand zegt dat ik hier elk jaar móét zijn, ik wil dat zelf”, zegt hij stellig, “net als na eind ’41, toen de Japanners ons hadden gebombardeerd in Pearl Harbor. Elke Amerikaan wilde toen hiernaartoe komen. Ik ken verhalen van jongens die zelfmoord hebben gepleegd omdat ze niet door de keuring heen kwamen en dus niet naar Europa mochten om mee te vechten.” Hij illustreert die Amerikaanse verbetenheid en de wil dat ze zouden slagen in hun missie met het volgende: “In het Belgische Bastogne, eind december ’44, waren we door Duitsers omsingelt, het zogeheten Ardennenoffensief. Onze generaal McAuliffe beantwoordde de vraag van de Duitsers om ons over te geven, als volgt: ‘Nuts!’ Dat gaf ons een enorme boost.”


John was een wireman tijdens de oorlog, hij moest ervoor zorgen dat het hoofdkwartier via het leggen van    draden (wires) in verbinding kon blijven met zijn troepen. “Ik had een geweer, maar heb nooit iemand doodgeschoten. Dat voelt wel goed. Het enigste wat ik gedood heb in de oorlog is een koe. We zaten op een geven moment hier in Veghel op wacht met zes soldaten, in groepjes van twee. Alles wat voor ons lag, was vijandelijk gebied. Om twee uur ’s nachts hoorde ik iets en omdat het dichter en dichter kwam, besloot ik om twee granaten af te vuren. Na een hele poos gewacht te hebben besloot ik om te gaan kijken. Wat ik aantrof? Vier poten die de lucht instaken: het was een koe. Voor hetzelfde geld was het het hele Duitse leger geweest”, grapt hij nu.


Na tweeënzeventig dagen hier en omgeving Heteren gevochten te hebben, en daarna in de Ardennen, zat hij in Berchtesgaden in Duitsland bij het 502e Regiment toen de oorlog eindigde. “Maar ik kon toen nog niet terug naar Amerika, ik had te weinig punten om terug te gaan. Je had vijfentachtig punten nodig, opgebouwd door medailles, diensttijd, diensttijd overzee, maar ik kwam vijf punten te kort. Een half jaartje heb ik daarom nog in Oostenrijk doorgebracht.” Balen? “Nee hoor, we hebben gevist, gejaagd, we leefden in een chalet op een berg, ik was niet getrouwd, én: niemand schoot op je…!”


Dan wordt het interview opnieuw onderbroken, want een langsrijdend taxibusje met ouderen die bezig zijn met een soort van sightseeing tour, komt na te zijn voorbijgereden tot stilstand en zit... vast! Er moet geduwd worden. John mag blijven zitten. De bus komt echter dieper en dieper in het zand vast te zitten, een te hulp geroepen tractor klaart de klus wel.


Er is een boek geschreven over zijn leven, genaamd Down To The Wire. “De gehele opbrengst gaat naar een veteranenprogramma”, geeft John aan en daarmee zijn goede hart toont. Hij toont als afsluiter nog meer zijn goede wil en vooral dankbaarheid. “Ik kijk het hele jaar uit om hier te komen. Hoelang nog? Dat weet alleen onze Heer. Maar dat ik nu hier aanwezig ben, zeventig jaar later, is ongelofelijk. Dankjewel!”




EERDSE KRANT - 9 oktober 2014


Frans Zegers 40 jaar in het onderwijs


Volop bedrijvigheid in de vroege ochtend op basisschool de Palster in Uden, vorige week woensdag. Juffen en meesters lopen op deze ochtend met een ietwat verhoogde bloeddruk rond.


Stoelen moeten nog naar een ander gebouw worden gebracht, er is een jasje kwijt, de cd-speler moet nog worden aangesloten en de kinderen mogen niét naar binnen. Alleen de kinderen die de feestbogen mogen vasthouden, die wel. Het zijn trouwens geen gewone bogen die zometeen als een soort van erehaag dienst zullen doen. Nee, het zijn de bogen die gebruikt zijn bij het trouwfeest van juf Kim!


Om kwart voor negen staat iedereen paraat bij de poort en is het grote moment bijna daar. De kinderen gieren het uit van de spanning. Want zometeen komen drie jubilarissen in een oldtimer aanrijden. Dat zijn meneer Kees, meneer Peter en onze speciale aandacht gaat uit naar meneer Frans (Zegers).


Net voor hun aankomst vragen we aan een aantal kinderen van groep 4, de klas van Frans, hoe ‘de meneer uit Eerde’ te omschrijven. “Hij is leuk, streng én grappig!”, zegt Sarah in een zin. “En Justin is verliefd op Rosa, dat moet ook in de krant komen te staan”, zegt ze er meteen achteraan, waarna de rest van de groep in lachen uitbarst.


Dan stappen de drie heren ‘als kinderen zo blij’ uit een grote Amerikaanse Cadillac en klinkt het lang-zal-je-leven over het schoolplein. Handenschuddend lopen ze onder de bogen door, ondertussen genietend van de aandacht.


Frans viert op deze dag dat hij veertig jaar als onderwijzer in Uden werkzaam is. Eerst van ’74 tot ’79 op basisschool Sint Paulus, daarna tot 1995 op basisschool De Slenk en vanaf die datum tot nu op basisschool De Palster. Hij is ook vanaf 2008 bovenschoolse ICT-coördinator van alle dertien scholen van de stichting Kiem Onderwijs en Opvang in Uden, en dat komt vandaag goed uit. Want ondanks dat het ICT-traject op deze school naar eigen zeggen pas is afgerond, zijn er problemen met het geluid. Zul je net meemaken. Maar met zijn hulp wordt het gefikst en kunnen de kinderen hun ingestudeerd liedje ten tonele brengen.


Na een welkomstwoordje krijgen de kinderen de gelegenheid in de klas om vragen te stellen. Op ‘hoe was de eerste dag op school?’, antwoordt Frans dat de leraar vroeger de klas, die netjes in twee rijen stond te wachten, naar binnen meenam en dat er nog met kroontjespennen (!) werd geschreven. Zo weten we nu ook dat Frans van olifanten en giraffen houdt, maar omdat die niet in hun huis passen - de vraag was ofdat ze van dieren houden en die ook hebben - is dat een reden om af en toe naar Afrika te gaan. Op de vraag ofdat Frans een knuffel heeft, kijkt hij naar zijn vrouw Ine en geeft hij aan dat zij zijn knuffel is. En wat zijn de hobby’s van de Eerdse jubilaris? “Muziek, reizen (‘we hebben al honderd landen bezocht’) en vergaderen. Velen vinden dat saai, maar ik niet.”


De jubilarissen krijgen een leuke dag voorgeschoteld, die ‘in het geheim’ is voorbereid. Frans: “Wat een geluk! Wat een geluk, dat ik veertig jaar lang het mooiste beroep, het lesgeven aan en mede opvoeden van kinderen, heb mogen uitoefenen.”




EERDSE KRANT - 6 november 2014


Gemeente Veghel heeft geen aangifte gedaan van vernieling populaire speelgelegenheid


Nieuw speeltoestel laat op zich wachten: de tijd dringt


Tijdens de afgelopen openbare vergadering deelde de dorpsraad mede dat er nog steeds geen nieuw speeltoestel staat op het veldje achter de Busstraat. Het populaire toestel werd tijdens de jaarwisseling vernield en is kort daarna door de gemeente weggehaald. Dat is inmiddels dus al ruim tien maanden geleden.


Nu heeft de gemeente een budget beschikbaar gesteld om samen met een werkgroep van de dorpsraad, een werkgroep speciaal voor speelgelegenheden, een passend toestel terug te plaatsen. Patrick Wouters van de werkgroep: “De werkgroep wil graag een speeltoestel van natuurlijke materialen (een voorbeeld op foto hieronder) in plaats van kunststof en dat was duurder dan het eigenlijke budget van de gemeente. De gemeente heeft deze dan verhoogd en alles was dus eigenlijk rond. Maar doordat daarna de eis werd gesteld dat de glijbaan van rvs moet zijn in plaats van kunststof, met het argument dat het dan beter bestemd is tegen vandalisme, overschreden we weer het budget. Nu zijn we nog in onderhandeling en op creatieve wijze op zoek naar extra financiële ondersteuning om het toestel te verwezenlijken.”


Maar er is haast geboden. Want het aantal speelvoorzieningen waar een dorp recht op heeft, gaat op basis van een zogenaamd jaarlijks puntensysteem. Nu het aantal kinderen dalende is, heeft dat ook invloed op het aantal (aanwezige) speelgelegenheden. Het zou om die reden extra jammer zijn als er géén speeltoestel terug komt. Patrick geeft aan dat het toestel prima voldeed en dat er zeker behoefte aan is. “Men kon er glijden, schommelen én klimmen. Dat willen we nu ook weer.”


Opvallend is wel dat bij navraag de gemeente Veghel geen aangifte van vernieling heeft gedaan bij de politie. Volgens wijkagent Danielle Michiels kan de politie dan ook geen onderzoek instellen naar de mogelijke dader(s) om de geleden schade te verhalen. Nu betaalt in principe iedereen in de gemeenschap mee aan deze zinloze vernieling.


Wethouder Annemieke van de Ven laat desgevraagd weten dat de gemeente inderdaad geen aangifte heeft gedaan omdat ‘het graag een positieve oplossing wil’. “Verzekeringstechnisch zit dit ook lastig in elkaar”, geeft ze aan, “we hebben hiervoor een potje en zullen het als leerpunt meenemen naar een volgende keer.” Maar zijn er dan nog nooit andere speeltoestellen vernield binnen de gemeente Veghel? “Dat weet ik niet.” Op de vraag waarom de gemeente het hele toestel heeft verwijderd - was de schade zo aanzienlijk? - kon ze geen antwoord geven. “Dat moet ik laten navragen.”


De plek ziet er nu troosteloos uit. Het onkruid neemt langzaam bezit van de plaats waar het toestel stond. Dat had eerst geen kans om te groeien in het fijne zand, daar zorgden de kinderen wel voor. Het bankje vlakbij was dan ook vaak bezet. De kroost was druk aan het spelen, terwijl pa of ma, of een opa of een oma lekker zittend en genietend in het zonnetje toekeek.


Tot slot nog de wijkagent: “De dader of daders kan zich nog altijd zelf melden, ondanks dat er geen aangifte is gedaan. Graag zelfs! Dat mag bij de politie, maar omdat de gemeente eigenaar is van het speeltoestel is het beter om rechtstreeks naar de gemeente te gaan.”




EERDSE KRANT - 27 november 2014


‘Vele handen maken licht werk’


De paden op Eerdse begraafplaats worden verhard. Vele vrijwilligers steken de handen uit de mouwen en waren zaterdagochtend al druk in touw.


Initiatiefnemer om de paden te verharden is Bennie van Dam. Hij legt uit waarom. “Het hoofdpad en een dwarspad zijn verhard, de andere zijn van zand. In de zomer heb je altijd stof, in de winter loop je door de modder. Daar komt bij dat het voor rolstoelgebruikers ook niet ideaal is. Zie het als een gebaar naar de Eerdse bewoners.”


Bennie krijgt veel hulp om dit te realiseren. “Met de steun van Smits Wegenbouw, Gebr. van Berkel, bakkerij Van Dam, café-zaal De Driesprong, Gebr. van Rijbroek, Boy Ramsahai, Arie van der Oever Graafmachine en de vele vrijwilligers van de parochie H. Antonius Abt kunnen we dit maken. Vele handen maken licht werk. Dank!”


Maar Bennie zorgt ook dat er een soort van ontmoetingsplek komt op de begraafplaats. “Rechts in de hoek komt een tuinhuisje te staan. Er wordt hier veel gebuurt, we hebben allemaal hetzelfde verhaal. Er wordt een bankje in gemaakt, zodat de ouderen ook even uit kunnen rusten. Daarnaast kan bijvoorbeeld de schoffelploeg er gebruik van maken, het huisje doet dan dienst als een onderkomen voor een pauzemoment.” Als onder andere het weer meezit is het zaterdag klaar.




 

EERDSE KRANT - 27 november 2014


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.



We zien hem vaak door Eerde rijden, op de fiets. De wielrenfiets wel te verstaan. Vooral op de zondagmorgen, als rijder bij toerclub Eerdse Renners. Maar Ties Verhagen (67) pikt nog steeds zijn wedstrijdjes mee. Al vijftig jaar, onafgebroken, heeft hij een KNWU-licentie. De fiets mag eventjes aan de kant, tijd voor een interview op het bankje!


Hoe is de carrière van kleine Ties begonnen? “Ik wilde eerst motorcrosser worden. Ik was een jaar of vijftien, maar mijn vader vond dat niets: ‘dat is veel te duur voor jou’, zei hij. ‘Zondag is de ronde van Wijbosch, daar moet je maar eens gaan kijken’, gaf hij aan. Ik ben gaan kijken en ik dacht, dat kan ik ook!”


Meteen op de fiets gesprongen? Ties: “Uuh, nee. Ik heb een half jaar gewacht en heb er toen zelf een gekocht. Stiekem!” Stiekem? “Ja, dat mocht in het begin nog niemand weten. Ik had hem bij ons thuis onder het hooi verstopt, dat ze hem zeker niet zouden vinden. Na een weekje, net voor het naar bed gaan, zei ik dat ik een racefiets had gekocht. Ik ben daarna meteen naar boven gegaan, niet afgewacht wat mijn ouders zouden zeggen. De volgende morgen de fiets onder het hooi vandaan gehaald. Ik mocht er wel op fietsen van mijn vader, maar er pertinent geen wedstrijden mee rijden. Ik moest thuis mee werken, vandaar. Ik dacht toen al dat ik wedstrijden wilde gaan rijden, maar vond het op dat moment verstandiger omdat nog niet te zeggen. Dat komt nog wel, dacht ik. Maar een fiets had ik al!”


Hoe kwam je aan die fiets? “Via de krant. Hij was eigenlijk veel te groot en de prijs was te hoog, hoewel het een schijntje was wat ze er voor vroegen: 50 gulden. Ik wil hem graag hebben, maar kan het niet betalen, zei ik tegen die mensen. Voor de helft mocht ik de fiets meenemen, plus ook nog kleding. Ik heb er twee jaar mee gekoerst.” Want je bent toch wedstrijden gaan rijden? “Ja. Er was een wielerclub in Schijndel, genaamd Actief. Daar ben ik op een gegeven moment naar toe gegaan en me aangemeld. Eerste wedstrijd was in Wijbosch, een clubwedstrijdje. Helemaal alleen naar toe. Ik was de slechtste van de groep, ik was total loss na afloop, maar voelde dat ik zonder ook maar één meter getraind te hebben, mee kon. Een licentie aangevraagd en in Stiphout, we zijn dan in het jaar 1965, had ik m’n vuurdoop: daar reed ik mijn eerste echte wielerwedstrijd. Twee ronden voor het einde uit koers genomen. Een jaar lang reed ik wedstrijden zonder getraind te hebben. Dat mocht niet, ik moest doordeweeks thuis mee werken. Ik heb er ook maar een paar uitgereden dat jaar, maar het heeft me wel gevormd, gesterkt. Ik gaf nooit op!”


In 1971 is er een supportersclub opgericht voor Ties. “Daar was ik blij mee. Ik had nog niet veel geld en de wedstrijden waren niet om de hoek. Toen ben ik ook gaan veldrijden. Ik deed dat puur om in beweging te blijven, want in oktober was het wegseizoen gedaan en deden we niets meer. Ik ben naar wielerclub Het Zuiden in Eindhoven gegaan en daar werden in de winter wat crosswedstrijdjes georganiseerd.


Ties was geen groot winnaar op de weg. “Ik reed niet zo vaak prijs. Mijn eerste prijs bij de nieuwelingen reed ik in Haaren. Ik zat toevallig in een kopgroep van vijfentwintig renners, maar omdat de helft lek reed en wegviel kon ik na afloop mijn eerste envelop ophalen. Dankzij mijn tubes, die waren veel dikker dan de rest”


Je bent ook meer een klimmerstype? “Ik heb mijn postuur inderdaad niet mee om hier in de buurt op het vlakke in waaiers alles en iedereen op de kant te zetten. Een keer blazen en Tieske was gezien”, grapt hij. Op de verkeerde plaats geboren? “Haha, misschien wel. Maar gelukkig liep ik Harrie Wolf tegen het lijf. We gingen veel samen trainen en doordat Harrie een auto had zijn we ook een paar keer naar België geweest. Dat beviel me beter, heuvelachtig gebied, daar voelde ik me meer in thuis. Vanaf dan heb eigenlijk ik op de weg altijd bij onze zuiderburen gekoerst. Unne grote ben ik nooit geweest, maar ze kende me wel. En ze namen me graag mee, want ik was... een slak op de streep. Ik wilde ondanks dat wel altijd rijden, ik verzaakte nooit.”


Dat heeft hem op de weg toch een overwinning opgebracht, in Homburg. Maar hoe dan? “We zaten met tweeën weg. Ik ging de sprint aan en won! Hij wilde aan de binnenkant langs, niet door de wind want die was op kop, maar dat liet ik niet toe. Hij na afloop nog boos ook, omdat ik hem er niet tussendoor liet…” Groot feest na afloop? “Nee, ik kreeg een bloemetje, 1200 Frank en kon vertrekken.”


Tijd voor nog een ‘bidonneke’ koffie. Dan horen we plots in de verte een Ford Transit-geluid aankomen, een geluid dat Ties bekend in de oren moet klinken. Het is namelijk een ‘volgwagen’ die om toerbeurt achter hen aanrijdt als de Eerdse Renners zondagsmorgens hun rondje maken. Is de bestuurder al een route voor het komende jaar aan het verkennen op deze vrijdagmiddag?


Het veldrijden lag Ties toch wel beter, geeft hij aan: “Het ging ook steeds beter, al vanaf m’n eerste wedstrijden. Ik kon makkelijker prijs rijden dan op de weg, maar daar ging en gaat het me eigenlijk niet om. Ik had plezier. Toen ik minder ben gaan rijden op de weg, ging het crossen beter. Puur denk ik door meer rust. Ik heb met grote namen gereden. Stamsnijder, Groenendaal, Liboton, Zweifel, Snoeijink, allemaal toppers toen in het veldrijden. Een wereldkampioenschap voor amateurs heb ik nooit gereden. Ik zat er een keer heel kort bij, maar door een slechte dag tijdens de laatste selectiewedstrijd kon ik thuisblijven. Ik ben toch eenmaal kampioen geworden, bij het mountainbiken bij de veteranen. Dat voelt als voldoende. Er was altijd wel iemand beter. Ik had blijkbaar ook niet de winnaarsmentaliteit: ten koste van alles winnen. Ik kon niet iemand ‘tegen de boom aanzetten’.”


Ties zie je altijd op de fiets, nooit in een auto. “Ik heb wel een rijbewijs, maar rijd zelden auto. In Zijtaart, bij een andere toerclub, zeggen ze vaak: ‘heb jij een auto?’” Waarom heb je een auto? “Alleen om gaan te koersen eigenlijk. Naar een cross heb je twee fietsen nodig en de verzorger moet mee. In de zomer komt ie niet veel buiten.”


Dure sport, wielrennen? “Ik ben niet veel op stap geweest, moest een tubetje kopen. Ik reed op zware tubes. Kosten: twaalf gulden. Maar er reden er ook rond met tubes van vijfenzeventig gulden. Had je wel de beste. Zeiden ze. We reden eens naar een koers met vier man in de auto. Ineens een klap vanuit de kofferbak, was er een band gesprongen. ‘Dat zal de jouwe van tien gulden wel zijn’, zeiden ze alle drie. We kijken straks wel als we er zijn, zei ik. We kwamen aan, bleek een van die duurdere jongens te zijn geklapt. Zie je nu wel, zei ik, hoe duurder, hoe harder ze klappen! Gelachen dat we hebben.”


Ties is nu herstellende van een blessure, hij heeft de laatste tijd nog niet veel op de fiets gezeten. “Ik ben eigenlijk nooit geblesseerd en het herstel gaat lui! Ook in 1968 had ik ongemakken, maar dan wel iets ergers. Ik heb toen tien dagen in coma gelegen. Gevallen in Frankrijk. Viel op mijn hoofd: schedelbasisfractuur. Toen had ik twee engeltjes op mijn schouder. Ik viel recht voor een ziekenhuis en een dokter stond te kijken. Meer geluk kun je niet hebben. Het kwam allemaal goed en ik heb daarna nog vele mooie momenten meegemaakt. Het plezier staat voorop.”




EERDSE KRANT - 27 november 2014


Jeugdlintje


Op het gemeentehuis van Veghel kreeg Hanneke Riem vorige week donderdag door burgemeester Ina Adema een Jeugdlintje opgespeld! Ze kreeg deze bijzondere Veghelse onderscheiding omdat ze met (zelfbedachte) activiteiten geld heeft opgehaald voor KWF Kankerbestrijding


Met een smoes werd ze naar het gemeentehuis gelokt. Haar opa zou een lintje krijgen, maar bij binnenkomst wordt het Hanneke duidelijk. Niet haar opa, maar zijzelf zal zometeen in de terechte belangstelling staan. Er volgen emotionele momenten voor de twaalfjarige. Samen met nog twee meiden wordt ze in de schijnwerpers gezet.


“We zijn dan ook trots op deze jonge inwoners van Veghel”, geeft de burgemeester aan in haar woordje. “Hanneke heeft iets bijzonders gedaan. Ze heeft een tweetal acties ondernomen voor KWF Kankerbestrijding. Ze verkocht cup cakes en kaarsjes op de kerstmarkt van school en ze liep de Vierdaagse van Nijmegen samen met haar opa en oma. Ze haalde daarmee maar liefst 1.676,53 euro op, of zoals ze zelf zegt, daar kun je vier laptops voor kopen! Gelukkig heb je dat niet gedaan. Hulde!”


Haar zusje Karlijn werd getroffen door leukemie. Vervolgens overleed in de familiekring iemand aan kanker. Pas toen realiseerde Hanneke zich wat haar zusje had kunnen overkomen. Dat maakte haar lange tijd verdrietig. Maar er kwam een moment dat Hanneke het roer omgooide en ze besloot om in actie te komen. Deze onderscheiding voor jongeren tot en met 23 jaar is in 2011 door de gemeente Veghel ingesteld.




EERDSE KRANT - 11 december 2014


Eerdse band Tilly’s Time Out klaar voor eenmalig optreden


Volgende week zaterdag treedt de Eerdse band Tilly’s Time Out nog een keer op. De Eerdse Krant was bij de voorlaatste repetitie.


De warme klanken van Toto komen je tegemoet als we de repetitieruimte betreden op deze druiliger en mistige maandagavond. De achtkoppige Eerdse band Tilly’s Time Out is in volle concentratie het nummer Africa spelen. De tekst zit er nog niet helemaal in, want we zien de naamgever van de band vanaf zijn mobieltje de songtekst tot zich neemt. “Je kon de songtekst toen niet even van internet afplukken. We luisterden het liedje van een cassettebandje af en schreven op het gehoor de tekst van het nummer op. Dat was echter niet altijd de juiste tekst,” zegt zangeres Ingrid Landman lachend. “Maar dat viel niet op. Het gekke is dat die foute tekst nog altijd in je systeem zit en dat die er nu moeilijk uit te krijgen is.” “Zo zong Village People niet ‘Indonesie’ maar In the Navy”, grapt gitarist en zanger Hans van den Tillaart.


Even later neemt Edward van de Ven, gitarist en zanger, Sympathy for the Devil van de Rolling Stones voor zijn rekening. De tekst staat op twee A4’tjes, maar die heeft hij (zo verzekerd hij) niet voor zich als ze over ruim een week hun eenmalig optreden geven in zalencentrum De Driesprong. Na vijfentwintig jaar na hun eerste optreden zal de band nog een keer te zien en te horen zijn in de oude bezetting, een soort reünieconcert dus

.

Zeven Eerdse jongeren met dezelfde passie kwamen in 1990 bij elkaar en richtten een bandje op. Hun eerste optreden was ergens in mei of juni dat jaar, op een ‘pullenfeest’ van Rick en Eric Gloudemans. In eerste instantie was de bandnaam Cross Roads, maar toen bleek dat er al een band was met die naam, kwamen ze na lang nadenken uit op Tilly’s Time Out.


Ze repeteerden elke zaterdag, in het begin in de speelkamer bij de familie Landman. “We hadden weinig middelen, we waren allemaal studenten. Zo kwam bijvoorbeeld het geluid in het begin via een gitaarversterker de ether in”, zegt Jurgen Landman, de drummer van de band. “Maar we gingen een keer naar muziekzaak Dortmans in Veghel en daar was Paul van Egmond verkoper. Die hoorde dat we een bandje begonnen waren en nog een basgitarist zochten. ‘Dat kan ik’, zei Paul meteen, die daarna als achtste bandlid aansloot.” “Haha, maar het mooie was dat Paul eigenlijk helemaal geen basgitarist was, maar dat hoorden we later pas”, vult toetsenist Stan Gloudemans aan. “Met Paul diende zich ineens ook een ‘sponsor’ van apparatuur aan. Zo gingen we met gloednieuwe spullen op pad. Paul belde ons als de winkel dicht was en werden verschillende benodigdheden voor een weekendje ‘geleend’. ‘Nog een kabeltje extra nodig? Prima, gooi d’r maar bij!’ Zo ging dat.” Diezelfde Paul woont nu in Amsterdam en hij komt telkens ‘eventjes’ over van de hoofdstad om hier te repeteren. Alsjeblieft! Ze hebben vanaf september al een keer of acht gerepeteerd, telkens van half acht tot half elf, en iets voor middernacht gaat speciaal voor Paul de laatste trein weer richting Amsterdam… De rest woont allemaal nog vlak in de buurt of in Eerde zelf, die kunnen nog een extra pilsje pakken

.

Ze hebben op vele plaatsen opgetreden, van Zeewolde, Alkmaar, Zutphen tot zelfs in Brussel. “In Brussel was op een afsluitingsfeest van Europese studenten, we speelden daar voor wel duizend man publiek”, zegt zangeres Elles Ploegmakers nog enthousiast. “We zaten in dezelfde kleedruimte waar ene Prince de week daarvoor nog gezeten had!” De rit ernaartoe ging in een Opel Ascona met trekhaak, met kenteken GB-33-ZL, weet Stan zich nog feilloos te herinneren. Dan moet het écht een legendarisch optreden zijn geweest...


Welke band kan zeggen dat ze meer op scheidingsfeestje dan op trouwfeestje hebben gespeeld? Tilly’s Time Out kan dat! “We speelden niet op trouwfeestjes. Dat was ons ding niet. Een keer is dat echter wel gebeurd. Bleek bij de boeking niet te gaan om een trouwfeest dachten we, maar na in Schijndel te zijn aangekomen was dat wel het geval”, aldus Hasem


We missen op deze voorlaatste repetitie bassist Robert Jansen? Wat blijkt, die is door zijn rug gegaan, hij zit thuis in de lappenmand. Een lichte paniek is merkbaar, maar hij zal volgende week zaterdag met wat oplapwerk (pijnstillers als het moet, zeggen ‘de zeven’) zeker en vast erbij zijn.


Dat geven de bandleden ook aan, ze willen er een gezellige avond van maken waar je bij moét zijn. Ingedeukte zangmicrofoons of niet (door uitstekende spijkers op podia terug er in te slaan!), gitaren die nog wat onder het stof zaten na tien jaar niet te zijn gebruikt of piano’s die niet meer terug in huis mogen, vanaf 21:00 uur is de zaal van De Driesprong open en zullen de ‘oudjes’ nog een keer alles uit de kast halen voor een spetterend optreden!





Naar boven






Eerdse AGENDA

Aanmelden via: redactie@eerdsekrant.nl


16 juli 2020

Bernhoven - Bloedprikdienst

Den Binnenhof

08:15-08:45 uur

(uitgesteld tot nader order, vanwege het coronavirus. Den Binnenhof is

t/m 1 september gesloten)


18 juli 2020

Eucharistieviering

Eerdse kerk 

19:00 uur


20 juli 2020

Bibliotheek

Den Binnenhof

10:30-11:30 uur


4 augustus 2020

CV De Oivers - Ophalen Oud Papier


16 augustus

Mariaviering

Mariakapel

10:00 uur


21 augustus 2020

KinderVakantieWerk Eerde

Veldje Kerkhoefweg


19 september 2020

Autodocumentatiebeurs

De Brink Eerde

09:00-14:00 uur


26, 27 en 28 september 2020

Toneelvereniging Eerde -

Boer Dumpt Vrouw

De Brink Eerde


23, 24 en 25 oktober 2020

Theaterkoor Stem -

Vlucht naar de Vrijheid

De Brink Eerde

Aanvang 20:00 uur

(23 en 24 oktober)

Aanvang 16:00 uur (25 oktober))


Eerdse KRANT

De Stelling

Eerdse KRANT

Archief

Deze website maakt gebruik van cookies. Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

Accepteren